Voor je kinderen doe je alles, dus verzamel ik nu toch olympische speldjes | column Johan Stobbe
In dit artikel:
Femke Kok, olympisch kampioene op de 500 meter, ontdekte tijdens de Winterspelen in Milaan onverwacht plezier in het ruilen van speldjes — iets waar ze bij haar vier eerdere Spelen nooit aan had deelgenomen. Aanvankelijk had ze er weinig mee; atleten krijgen vaak eigen pins van hun nationaal olympisch comité en haar team nam ze niet mee. Maar nadat haar oudste dochter vroeg of ze ook speldjes verzamelde, besloot Kok het toch een kans te geven.
In de mixed zone begonnen collega’s en tegenstrevers spontaan pins aan haar accreditatiekoord te spelden. Remmelt Eldering (coach van Canada) gaf haar een Nederlands speldje en een paar oranje klompjes, Henk Hospes (coach van Polen) haalde twee Poolse pins uit zijn koffer en een andere Friese begeleider schonk vijf exemplaren uit Canada, Duitsland en China. Kok kocht ook een souvenir in de fanshop, die zich later als een paralympische editie bleek te ontvouwen — desalniettemin acceptabel als aandenkentje.
Nu liggen er negen speldjes en de oranje klompjes op de hotelkamer; Kok draagt ze nog niet rond, maar beloofde ze na haar laatste schaatsafstand op haar keycord te spelden. De kleinschalige traditie van pins ruilen blijkt voor haar vooral een persoonlijke manier om herinneringen en verbondenheid met collega’s op de Spelen vast te houden.