Voor ds. Idelette Otten is vasten 'het temmen van je ego'
In dit artikel:
Dominee Idelette Otten (Grote Kerk, Dordrecht) pleit voor een herwaardering van vasten tijdens de Veertigdagentijd: niet als dieet of stoerheidsproef, maar als lichamelijke én geestelijke oefening die ruimte maakt voor herstel en voorbereiding op Pasen. Otten, die in 2014 samen met Olga Leever het boek Vasten, de kunst van geven en loslaten schreef, merkt dat vasten in protestantse kringen nog relatief nieuw is — ondanks het bijbelse voorbeeld van Jezus’ veertig dagen in de woestijn — maar dat belangstelling groeit, ook doordat seculiere bewegingen (zoals minder vlees eten of dry January) het onderwerp meer zichtbaar maken.
Voor haar draait vasten om intentie en om het temmen van je ego: concrete onthoudingen (geen alcohol, geen vlees, geen koekjes; sobere maaltijden) vormen een oefening in zelfbeheersing, maar moeten gepaard gaan met gedrag dat past bij het geloof. Als iemand vast maar ondertussen boos of onvriendelijk is, noemt Otten dat geen oprecht vasten. Vasten hoort volgens haar bovendien communaal te zijn; ze is jaloers op de steun die moslims ervaren bij gezamenlijk vasten en ziet kleine voorbeelden in haar eigen kerk, zoals het weglaten van koekjes bij de koffie in de Veertigdagentijd.
Daarnaast legt Otten de nadruk op herstel: herstel van de relatie met God, met andere mensen en met je eigen lichaam — een thema dat ook in joodse en oosters-orthodoxe tradities terugkomt (denk aan Vergevingszondag). Praktisch advies: begin klein, houd vol ondanks misstappen en onthoud dat zondag een feestdag is waarop niet gevast wordt. Vasten is volgens haar zowel discipline als ritueel van heling en vreugde, een voorbereiding op Pasen waarin soberheid en feest elkaar in balans moeten houden.