Volgens kenners moet je nooit alleen in koud buitenwater zwemmen, maar ik was er nu toch | column Asing Walthaus
In dit artikel:
In Leeuwarden duikt een kleine groep winterzwemmers dagelijks de Noorderstadsgracht in, ook nu het guur is en er soms sneeuw in de Prinsentuin ligt. Het Wetterskip mat dinsdagmorgen 0,8 °C in de gracht — bijna bevroren water, maar nog boven het vriespunt — en dat weerhoudt de zwemmers niet van hun ritueel: precies op tijd de deur uit, kijken wie er is, elkaar begroeten, kleren uit, moed verzamelen op het steigertje en in één keer naar binnen.
Er zijn eenvoudige vuistregels waar ze mee spelen: volgens sommige kenners moet je evenveel minuten in het water blijven als het aantal graden Celsius, en zwem nooit alleen. In de praktijk blijkt dat de korte oversteek vaak binnen die tijd valt en dat de vaste groep steun geeft: soms staat iemand alleen, soms met vijf, en het sociale ritueel — omhelzen op de steiger, zwaaien naar het licht aan de overkant — hoort er net zo bij als het zwemmen zelf.
Een incident maakt de kwetsbaarheid duidelijk: bij ijzel werd de klimstok een ‘ijspaal’ zonder houvast, de schrijver gleed terug het koude water in en kwam pas uit met een duwtje van een mede-zwemmer. Thuis besefte hij dat de waarschuwingen van de kenners soms terecht zijn. De tekst toont zowel de aantrekkingskracht van koudwaterzwemmen — de beleving en de gemeenschap — als het belang van voorzichtigheid en samenhorigheid.