Voer meer verkeerscontroles uit, maar werk met lagere boetes: deze voordelen zitten eraan | LC commentaar
In dit artikel:
In Friesland is jarenlang weinig op snelheid gecontroleerd, maar de laatste jaren verschijnen steeds meer mobiele en flexibele flitscamera’s. Dat draagt waarschijnlijk bij aan veiliger gedrag op de weg, maar veel automobilisten schrikken van de hoge boetes en vooral van de sterke verhogingen bij te laat betalen: eerst +50%, daarna nog eens +100%. Het CJIB in Leeuwarden signaleert dat zulke strafverhogingen mensen met bestaande schulden verder in de financiële problemen duwen.
Politieke partijen en belangenorganisaties pleiten voor lagere boetes, maar het kabinet weigert dat omdat de inkomsten uit boetes meevallen in de Rijksbegroting en het totaal aantal boetes al daalt. De redenering achter boetes blijft veiligheid en het beteugelen van asociaal rijgedrag, niet het innen van belasting.
Internationaal zijn er verschillen: Noorwegen en Zwitserland kennen vaak nog hogere boetes, Italië heeft een hoge pakkans door veel flitscamera’s, en België voerde strenge controles in met als resultaat een daling van dodelijke ongevallen — in Vlaanderen zijn flitscontroles zelfs in kleine dorpen gebruikelijk. België kent ook scherpe sancties: wie met de telefoon rijdt kan direct twee weken het rijbewijs kwijtraken plus een fikse boete. Duitsland zet bij herhaling in op verplichte rijtraining in plaats van alleen hoge geldstraffen.
De kernboodschap is helder: meer handhaving (hogere pakkans) werkt om snelheid en doden te verminderen en is verdedigbaar in Friesland. De huidige hoogte van boetes en de sterke sanctie-opschroevingen worden echter als disproportioneel en sociaal onrechtvaardig ervaren. Een verstandiger mix zou zijn: intensiveren van controles, maar met realistischer, niet-verwoestende boetebedragen — een waarschuwing die pijn doet, geen financiële ramp.