Voedsel via de 'korte keten' van boer naar bord: we hebben het er al járen over, waarom lukt het niet?

woensdag, 28 januari 2026 (18:43) - Leeuwarder Courant

In dit artikel:

In Groningen is deze maand het programma Oogst van Groningen gestart met een fonds van 3,2 miljoen euro om korte, regionale voedselketens te stimuleren. Het initiatief valt onder Toukomst (het Nationaal Programma Groningen) en moet lokale verwerking, distributie en verkoop van voedsel dichter bij boeren en consumenten brengen. Tegelijkertijd liggen meerdere recente pogingen plat: platforms en coöperaties zoals De Streekboer, Bionoord, Rechtstreex en Lokalist gingen failliet of stopten, wat scherp zet waarom het opzetten van een korte keten complex is.

Waarom korte ketens belangrijk worden gevonden
- Lokale voedselvoorziening vergroot weerbaarheid bij langdurige verstoringen en vermindert afhankelijkheid van import en lange aanvoerroutes.
- Regionale verkoop levert boeren vaak een hoger deel van de opbrengst op, verkort transport (minder brandstof) en levert verser, vaak voedzamer voedsel voor consumenten.
- Voor beleidsmakers staat de korte keten voor een breder doel: landbouw met betere inkomens voor boeren en minder milieu-impact.

Wat overheden en regio’s doen
Provincies in Noord-Nederland noemen de korte keten expliciet in nieuwe landbouwprogramma’s; er loopt een Agro Agenda met overheid, bedrijfsleven, kennisinstellingen en natuurorganisaties; gemeenten hebben lokaal convenanten en voedselvisies. Toch wordt veel van het werk nog door projectsubsidies en tijdelijke programma’s gedragen.

Belangrijkste knelpunten
De praktijk laat zien dat veel inzet en subsidie niet automatisch tot een duurzame infrastructuur leidt. De belangrijkste oorzaken:
1) Oogst in één keer: veel teelt levert grote volumes in korte periodes op; opslag of verwerking is nodig om lokaal af te zetten.
2) Verwerkingscapaciteit zit vaak niet in de regio: mouterijen, snijlijnen en conservenbedrijven werken grootschalig en zijn ongeschikt voor kleine, seizoensgebonden partijen.
3) Hoge aanloopkosten: investeren in verwerkingslijnen en logistiek vergt veel kapitaal; boeren hebben vaak onvoldoende middelen en lopen tegen financieringsdrempels aan.
4) Silo’s en afzetstructuur: marktlogica is ingericht op bulkinkoop; om lokaal te schalen zijn partners uit zorg, onderwijs en bedrijfsleven nodig als gegarandeerde afnemers.
5) Kennisdeling ontbreekt: innovatieve ervaringen blijven vaak binnen individuele ondernemers en worden niet breed opgeschaald.
6) Politiek-bestuurlijke spanning: politieke steun is wisselend en soms vooral zichtbaar rond verkiezingen; lokaal beleid en bevoegdheden lopen vaak door elkaar.
7) Bureaucratie en gefragmenteerde subsidies maken uitvoering lastig, zoals faillissementen van initiatieven aantonen.
8) Korte projectcycli: Europese en nationale subsidies zijn vaak te kort om langdurige transities (bv. bodemherstel) te ondersteunen.
9) Consumentengedrag en onzeker afzet: consumenten kiezen vaak gemak en prijs; langdurige afnamegaranties (bijv. van scholen of ziekenhuizen) ontbreken.
10) Export blijft nodig: veel Noord-Nederlandse productie is te groot om uitsluitend regionaal af te zetten; sommige gewassen lenen zich beter voor wereldmarkten.

Praktijkvoorbeelden en succesfactoren
Er zijn wél succesverhalen: kleinschalige winkels, streekproducten (Waddenbrood), zuivelverwerkers en boeren die via eigen snijlijnen leveren (Botmas in Engwierum) of regionale verwerking organiseren (Ommelanden zuivel, Meinardi). Regionale programma’s zoals de Regiodeal Natuurinclusieve landbouw en provinciale eiwitprogramma’s ondersteunen ook succesvolle projecten.

Conclusie
Korte ketens leveren milieu- en sociale voordelen en kunnen bijdragen aan regionale weerbaarheid, maar het is geen universele oplossing voor alle landbouwproducten. Succes vereist lange adem, investering in regionale verwerkings- en opslagcapaciteit, publiek-private financieringsconstructies, structurele afnamegaranties en samenwerkingsverbanden die sectorale grenzen slechten. Zonder die bouwstenen blijft veel beleid en subsidie versnipperd met wisselend resultaat.