Vluchten kon niet meer, daar uit de hipste kledingwinkel ooit | column Wieberen Elverdink
In dit artikel:
In een sobere, minimalistische kledingzaak — betonstuc, rauwe spaanplaatkasten en een verborgen minibar — treft journalist Wieberen Elverdink (44) een assortiment dat opzettelijk schaars oogt. De weinige items liggen tentoongesteld als museumstukken; de leegte is marketing: schaarste suggereert limited editions en exclusiviteit. Elverdink geeft toe gevoelig te zijn voor die verkooptactiek, maar krijgt tegelijk een pijnlijk besef: hij hoort niet tot de doelgroep.
Het bezoek fungeert als aanleiding voor een bredere overpeinzing over ouder worden. Hoewel hij fysiek voelt dat hij “middelbare leeftijd” bereikt heeft — stram na het sporten, gemakkelijk in slaap vallen op de bank — houdt zijn hoofd vast aan jongere herinneringen, niet in de laatste plaats door het dagelijks leven met drie pubers in huis. Die kinderen en hun vrienden lijken moeiteloos de laatste mode te dragen: wijdvallende spijkerbroeken en zogenaamd boxy truien die door een korte snit en reclamebeelden (modellen met armen omhoog) de navelzone en een strak buikje accentueren.
Tijdens het passen van een capuchontrui komt een medewerker langs; als Elverdink zegt dat hij voor zijn kinderen kijkt, registreert de verkoper dat onmiddellijk en reageert droog: “Nou, dát vermoedde ik al.” Die korte confrontatie vat het gevoel samen: als ouder en veertiger sta je vaak buiten het domein waarvoor zulke merken ontwerpen en communiceren.
De tekst gebruikt de winkelervaring om te laten zien hoe moderne mode en marketing leeftijdsgrenzen afdwingen en persoonlijke onzekerheden oproepen. Elverdink balanceert tussen erkentelijkheid voor de esthetiek en een milde zelfspot over de kloof tussen zijn eigen levensfase en de ongeremde hipheid van jongere generaties.