Vliegbasis Leeuwarden frustreert weidevogeldrone in groot deel Friesland. FNP slaat alarm
In dit artikel:
Weidevogeldrones van de Bond van Friese Vogelwachten (BFVW) zullen dit broedseizoen rond vliegbasis Leeuwarden vrijwel niet gebruikt worden, omdat strengere regels voor het luchtruim van kracht blijken. De BFVW zet drones in om eieren en kuikens in boerenland te vinden, zodat boeren hun werk kunnen afstemmen en nesten niet per ongeluk worden verstoord. In Friesland zitten inmiddels zo’n 35 drones en ongeveer 140 piloten klaar om te helpen.
Onlangs ontdekte de BFVW dat de Inspectiedienst Leefomgeving en Transport (ILT) aanvullende eisen stelt voor dronebestuurders die in CTR‑gebieden (controlled traffic regions) vliegen. De CTR rond Leeuwarden beslaat een groot gebied — van Franeker tot Dokkum en van Grou tot de Waddenzee — en er zijn vergelijkbare zones bij Ballum en tijdelijk bij Marnewaard. Piloten moeten nu een extra, dure en ingewikkelde cursus volgen om in deze zones te mogen vliegen; zonder die certificering vervalt de verzekering en bestaat het risico op boetes. Enkele piloten kunnen binnenkort toch de cursus doen dankzij een bijdrage van de provincie, maar voor veel vrijwilligers is het een te grote drempel.
Als gevolg daarvan zullen er dit seizoen aanzienlijk minder weidevogeldrones actief zijn in Noord‑ en Midden‑Friesland, tot grote teleurstelling van de vogelbeschermers. De BFVW zoekt naar manieren om zelf gecertificeerd te raken zodat ze volgend jaar tegen lagere kosten cursussen kunnen aanbieden.
De Friese politieke partij FNP noemt de maatregel een directe bedreiging voor de efficiënte bescherming van weidevogels in een cruciale periode en heeft vragen gesteld aan Gedeputeerde Staten. FNP‑woordvoerder Thom Feddema: “De greidefûgeldrones fleane oerdeis en op syn heechst 40 meter boppe it meanfjild. Wêr hawwe wy it eins oer.” De partij dringt aan op een overgangstermijn en overleg met ILT en het ministerie om dit broedseizoen toch ruimte te houden voor drone‑inzet.