Vlaams schrijver Ernest Claes, een echte verteller
In dit artikel:
Precies honderd jaar geleden verscheen Ernest Claes’ novelle Wannes Raps; de titelfiguur leeft sindsdien vooral voort in lokaal geheugen en culturele verwijzingen. In Diest opende op 9 oktober 2012 een bistro vernoemd naar Wannes Raps, die nog altijd bestaat, maar verder is Claes’ werk steeds minder zichtbaar in de boekhandel en de canon. Claes (1885-1968) was een invloedrijke Vlaamse streekromanschrijver — in het artikel vergeleken met Herman de Man uit Utrecht en Reinder Brolsma uit Fryslân — en verwierf landelijke bekendheid met romans zoals De Witte (1920). Zijn katholieke netwerk hielp hem een breder lezerspubliek bereiken dan veel Friese of Nederlandse streekcollega’s.
De novelle zelf gaat terug op een echte figuur: een marginale stroper-zwerver en liedzanger die in 1899 dood werd gevonden bij Diest. Claes maakte van hem een ruig maar goedhartig type, een buitenstaander met kennis van volksgeloof en volkspraktijken — een karakter dat later ook op televisie opdook in de BRT-serie Wij, Heren van Zichem en muzikaal inspireerde (de folkgroep Wannes Raps). In zijn regio is Claes nog zichtbaar: standbeelden in Zichem en Averbode en nieuwe lokale producties — zoals een musical met folk-invloeden — houden het personage levend.
Tegelijk heeft Claes’ reputatie na 1945 een scheur opgelopen door beschuldigingen van collaboratie; hij werd uiteindelijk twee keer vrijgesproken, maar hedendaagse biografische overzichten en museumteksten noemen zijn oorlogsverleden vroeg in introducties, wat invloed heeft op hoe nieuwe lezers hem tegenkomen. Journalisten en onderzoekers merken dat Claes’ romans tegenwoordig moeilijk verkrijgbaar zijn en dat hij in recente canons vaak ontbreekt.
De auteur wijst erop dat het verdwijnen van dit soort regionale schrijvers niet alleen verlies van titels betekent, maar ook van een vertelkunst: de interbellum-‘vertellers’ hadden een vermogen tot meeslepend, publiekgericht verhalen vertellen dat relevant blijft. Claes, De Man en Brolsma worden in het stuk neergezet als meesterlijke storyteller-typetjes wier technieken door moderne marketeers, performers of cultuurmakers nog benut zouden kunnen worden om lokale erfgoedverhalen opnieuw te laten resoneren.