Visverslindende otters, krioelende kreeften en een schurende oude deal: de tien laatste Friese binnenvissers moeten alle zeilen bijzetten
In dit artikel:
In het land rond Reduzum kwamen de laatste tien binnenvissers van Friesland onlangs bijeen: trotse vaklieden die al generaties paling uit sloten, vaarten en meren halen, maar nu opeens met meerdere knellende problemen te maken krijgen. Henk Deinum, sinds kort voorzitter van de Friese Bond van Binnenvissers, heeft de taak gekregen de kleine groep te verdedigen tegen veranderingen en dreigingen die hun bestaan onder druk zetten.
Wat speelde: afgelopen winter werd het volledige Friese visgebied van circa 14.000 hectare herverkaveld nadat twee oudere vissers stopten. Om conflicten over verdeling te voorkomen schakelde het bestuur een onafhankelijke commissie in; die stelde een ruilvoorstel op waar alle tien vissers recent mee instemden. Daardoor kreeg iedereen nieuw of extra water, en sommigen verruilden strategisch van plek (bijvoorbeeld naar Drachten) om logistiek beter uit te komen.
Tegelijk stapelen andere problemen zich op. De otter, beschermd en steeds talrijker, beschadigt fuiken en verwondt vis; als tegenmaatregel zitten er nu stopgrids op fuiken die de otter buiten moeten houden, maar ook waardevolle bijvangst tegenhouden. Exoten vormen een tweede grote zorg: woekerend hoornblad verstopt watergangen en rivier- of Amerikaanse kreeften (rivierkreeften) planten zich massaal voort en graven zich in, met risico’s voor dijken en oevers. De kosten en verantwoordelijkheden voor bestrijding worden heen en weer geschoven tussen waterschappen en Rijk; de vissers bieden aan te helpen bij het opruimen.
Uniek is de positie van de Friese palingvisserij. In 2010 stelde de EU strenge beperkingen in, maar Friesland verkreeg destijds een uitzondering: op basis van wekelijkse vangstrapportages werd een jaarrondquotum van 36 ton ingevoerd. De beroepsvissers zeggen daardoor duurzaam te werken en vinden het systeem noodzakelijk voor hun voortbestaan.
Een knellend politiek-economisch restant stamt uit 1977, toen rechten op schubvis (snoekbaars e.d.) grotendeels bij de sportvisserij terechtkwamen. Veel oude vissers verkochten destijds deze rechten, wat nu betekent dat beroepsvissers nog steeds afhankelijk zijn van regels en controles opgelegd door hengelsportorganisaties. Met meer dan 40.000 leden heeft die bond veel invloed; de huidige beroepsvissers willen deze historische afspraak opnieuw ter discussie stellen en zoeken gesprekken met de hengelsport en politiek — er komt zelfs een werkbezoek van een staatssecretaris.
Regionaal bestuur ziet de waarde van de tien vissers: gedeputeerde Abel Kooistra benadrukt dat juist zij met hun praktische kennis en aanwezigheid in het veld van grote betekenis zijn bij de aanpak van exoten en het beheer van watersystemen. Deinum neemt die opdracht serieus en duikt in quotas, beheersregels, ottermaatregelen en de lobby rondom oude visrechten: de kleine groep moet het op meerdere fronten opnemen om het ambacht en het ecosysteem te beschermen.