Violiste Simone Lamsma treft bij het NNO in alles precies de juiste toon | recensie ★★★★☆
In dit artikel:
Het Noord Nederlands Orkest onder leiding van gastdirigent Kerem Hasan gaf donderdagavond een eclectisch programma in De Nieuwe Kolk (Assen) waarin soliste Simone Lamsma centraal stond. Op de affiche: Thomas Adès’ Suite Powder Her Face, Claude Debussy’s La Mer en Brahms’ Achtkarspelen. Circa 450 toeschouwers woonden het bij.
De Adès-suite functioneerde vooral als luchtig opwarmertje; de criticus vond het stuk oppervlakkig en had het programma niet wezenlijk gemist als het na het korte applaus was weggelaten. Debussy’s La Mer daarentegen toonde het orkest op zijn best: een rijk palet aan klankkleuren en transparante texturen, waarbij vooral de voortdurende bewegingen van het werk (het middendeel wordt als “spel der golven” aangeduid) overtuigden zonder in theatrale stormen te vervallen.
Het zwaartepunt was Brahms’ Achtkarspelen, langer en traditioneler van opzet, met een centraal Adagio dat – ondanks Brahms’ eigen ironische inschatting ervan – diepe zeggingskracht had. Lamsma (Leeuwarden, 1985) vertolkte de solopartij met een breed dynamisch bereik, van ijle fragiliteit tot stoere uitstraling, en kreeg sterke ondersteuning van het orkest. De uitvoering oogstte lof en eindigde met een viersterrenwaardering. De tour vervolgt naar De Lawei (Drachten, 29/5) en De Oosterpoort (Groningen, 30/5).