Vincent (31) wilde af van Amerikaanse techreus Google en startte eigen clouddienst
In dit artikel:
Terwijl de politieke spanning met de Verenigde Staten toeneemt, kiezen steeds meer mensen voor alternatieven voor Amerikaanse clouddiensten. De Groningse programmeur Vincent Huisman (31) besloot uit privacy- en onafhankelijkheidsoverwegingen zijn gevoelige bestanden niet langer bij Google, Dropbox of iCloud te zetten, maar een eigen NextCloud-server te gebruiken. Hij huurt daarvoor hardware bij een Duits hostingbedrijf, zodat zijn data binnen Europa blijft, al erkent hij dat ook Europese servers vaak op Amerikaanse technologie draaien: „Helemaal kom je denk ik niet van Amerika af…”.
NextCloud is open-source software die je op je eigen server installeert; het vereist enige technische kennis, maar voorkomt maandelijkse abonnementen bij grote techreuzen. Huisman fungeert op zijn werk als informele voorvechter van deze aanpak en wijst collega’s op betaalde opzetdiensten zoals Librecloud voor wie zelf hosten te complex vindt.
Er bestaan ook kant-en-klare Europese alternatieven. Het Zwitserse Proton (bekend van ProtonMail) biedt Proton Drive met end-to-end-encryptie en webapps om documenten te bewerken; er is 5 GB gratis, 200 GB kost ongeveer €5 per maand. De Nederlandse aanbieder TransIP heeft Stack, die voor €7 per maand 500 GB aanbiedt en belooft dat data in Nederland staan, maar mist browsergebaseerde kantoortools: het fungeert vooral als online opslag die je met lokale programma’s opent.
Kortom: wie minder afhankelijk van Amerikaanse tech wil worden, kan kiezen uit zelf-hosting (NextCloud), privacygerichte Europese diensten (Proton) of lokale aanbieders (TransIP), met telkens eigen voor- en nadelen op vlak van gebruiksgemak, functionaliteit en kosten.