Vikingen waren meer dan plunderaars. Ze konden ook dichten en slootjespringen
In dit artikel:
Nelleke IJssennagger-van der Pluijm (Rijksuniversiteit Groningen, Fryske Akademy) pleit voor een veelkleuriger beeld van de Vikingtijd: niet alleen geweldadige plunderaars, maar ook zeevaarders, handelaars, kolonisten en dichters. In een aflevering van de Universiteit van Nederland schetst zij hoe Scandinavische groepen tussen circa 800 en 1100 vanuit hun thuisbasis grote delen van Europa bereikten — van Noord-Amerika tot het Byzantijnse rijk en via rivieren diep in het huidige Rusland — en zich vaak vestigden in nieuwe gebieden.
IJssennagger legt uit dat het woord ‘viking’ oorspronkelijk iemand aanduidt die op expeditie ging om rijkdom of status te verwerven, via plunderen maar ook via handel en politieke allianties. Omdat veel schriftelijke bronnen door monniken zijn opgesteld — vaak slachtoffers van aanvallen — bleef het beeld van de Scandinavische zeevaarders lang eenzijdig. Hun eigen mondelinge tradities, later opgeschreven in IJslandse en Noorse saga’s, tonen echter een rijke literaire traditie met verfijnde poëzie en beeldspraak (schepen worden bijvoorbeeld op poëtische wijze verbeeld).
Een herkenbaar voorbeeld is de dichter-krijger Egill Skallagrimsson, die volgens overlevering door een improvisatiedicht zijn leven redde. Ook lokale elementen uit het huidige Noord-Nederland komen terug in de saga’s: landschappen met sloten en velden en een verhaal waarin Egil een sloot overspringt — een tafereel dat aan fierljeppen doet denken.
Per 1 januari 2025 bekleedt IJssennagger-van der Pluijm een leerstoel in de cultuurgeschiedenis van het zuidelijke Noordzeegebied. Haar onderzoeksprogramma verweeft archeologie, literatuur, landschap en mondelinge overlevering om het complexe culturele netwerk langs de noordelijke kusten beter te begrijpen en het simplistische stereotype van de plunderende Viking bij te stellen.