Vier niet-stemmers lichten hun keus toe: 'Ik ben niet zo'n believer in de democratie'
In dit artikel:
Niet-stemmers vormen volgens velen de grootste “partij” van Nederland. Op de vooravond van de gemeenteraadsverkiezingen sprak een journalist in Wijkcentrum Bilgaard met vier stemgerechtigden die (misschien) thuisblijven. Hun verhalen illustreren waarom opkomst al decennia daalt: veertig jaar geleden ging zo’n 80 procent stemmen; in Friesland was dat vier jaar geleden nog geen 54 procent en landelijk viel de opkomst onder de 50 procent.
Abe (65), gepensioneerd en actief in cryptocurrency, stemde slechts één keer vroeg in zijn leven. Hij wantrouwt de werking van de democratie, hecht veel waarde aan privacy en contant geld en vindt dat partijen onderwerpen zoals betaalmiddelen nauwelijks serieus bespreken. Links lijkt te veel op herverdeling te focussen, de VVD schuift volgens hem richting rechts, en kleine partijen als de Piratenpartij maken voor hem geen reden om naar het stembureau te gaan. Hij twijfelt bovendien aan hoe goed kiezers geïnformeerd zijn, temidden van een opkomst van rechts-radicale sentimenten in Europa.
Wessel (43), zelfstandig schaakdocent, stemde lange tijd wel maar is recent afgehaakt. Teleurstelling over gevestigde partijen — bijvoorbeeld links die samenwerking met regeringscoalities aangaat — en het gevoel dat politiek steeds meer een podium is zonder echte inhoud, zorgden ervoor dat hij het vertrouwen verloor. Hij noemt bestuurlijke schijnvertoning, wantrouwen tegen politieke integriteit en gebrek aan serieuze debatcultuur als redenen om niet te stemmen.
Reneey (66), onderwijsassistent en vrijwilliger, zette twintig jaar geen kruisje uit wanhoop over trage, door macht gebonden politieke verandering. Ooit actief links, veranderde zij van mening na wereldgebeurtenissen; ze keert nu terug naar het stemhokje omdat ze de democratie — hoe imperfect ook — toch als het minst slechte stelsel ziet. Ze steunt liever oppositiepartijen die scherpe vragen durven te stellen en wil met haar stem de “scherpe kantjes” van beleid afhalen.
Sophia (22), student ondernemerschap, worstelt met politieke betrokkenheid als lid van generatie Z: weinig nieuwsvolgend, beïnvloed door vrienden en sociale media, en overweldigd door het grote aantal partijen. Ze heeft wel eerder gestemd (toen voor de Partij voor de Dieren), maar twijfelt bij lokale verkiezingen of ze kiest voor haar huidige situatie of een toekomstbeeld. Als jonge vrouw voelt ze echter de morele plicht te stemmen en overweegt alsnog naar het stembureau te gaan.
Alle geïnterviewden wilden alleen met voornaam in de krant; hun achternamen zijn bij de redactie bekend. Hun verhalen illustreren uiteenlopende motieven voor afwezigheid: politiek vertrouwen, gevoel van invloed, informatievoorziening en persoonlijke prioriteiten — factoren die de lokale democratische legitimiteit raken.