Verkiezingsnederlaag Orbán is historisch moment voor Hongarije en de EU | LC commentaar
In dit artikel:
Péter Magyar heeft volgens tussenstanden de Hongaarse parlementsverkiezingen gewonnen; met iets meer dan de helft van de stemmen geteld stond zijn Tisza-partij op koers voor ongeveer 136 van de 199 zetels, tegenover circa 56 voor Viktor Orbáns Fidesz. Orbán erkende later zijn nederlaag, waarna in Brussel en andere Europese hoofdsteden opluchting volgde.
De uitslag markeert een historisch keerpunt na zestien jaar leiding van Orbán. Zijn regering bracht Hongarije ver weg van EU-normen: media werden naar de hand gezet, de rechterlijke onafhankelijkheid onder druk gezet, er waren uitspraken van corruptie, beperkingen voor de lhbti-gemeenschap en nauwe betrekkingen met het Kremlin. Binnen de EU blokkeerde Orbán vaak steun aan Oekraïne en recentelijk verscheen het nieuws dat hij geheime informatie aan Rusland zou hebben gelekt, waardoor Europa met extra aandacht naar deze stembusgang keek.
Dat de oppositie ondanks een kiesstelsel dat Fidesz bevoordeelde toch ruim won, wordt gezien als een duidelijk signaal van veel kiezers dat ze klaar waren met Orbán. Tegelijk is Magyar geen radicale tegenpool: hij profileert zich weliswaar als iets meer pro-EU, maar blijft conservatief en nationalistisch, was tijdens de campagne kritisch over steun aan Oekraïne en hing tot voor kort nog dicht tegen Orbáns partij aan. Voor Magyar ligt de uitdaging nu in te laten zien of hij een eigen koers zal varen of vooral het anti-Orbán-stemvee vertegenwoordigt.
De komende jaren zullen uitwijzen of deze machtswisseling leidt tot een echte beleidsomslag richting EU-normen en steun voor Oekraïne, of dat Hongarije vooral een milder, maar nog steeds behoudend bestuur kiest.