Verborgen kraters van het Noorden geven hun geheimen prijs in dit boek over pingoruïnes

zondag, 28 juni 2026 (08:26) - Leeuwarder Courant

In dit artikel:

Pingoruïnes zijn ogenschijnlijk gewone, ronde vennetjes, maar volgens de Groningse onderzoeker Anja Verbers bevatten ze een uniek archief van de laatste ijstijd en de eeuwen daarna. Verbers, 66 jaar, onderzocht de afgelopen jaren 170 van deze oude ijsrestanten in Drenthe, Friesland en Groningen en beschrijft haar bevindingen nu in een boek.

De pingo’s ontstonden tussen 20.000 en 15.000 jaar geleden, toen ondergronds ijs in de bevroren bodem de grond omhoog drukte. Nadat het ijs smolt, bleven kraters achter die zich vulden met gyttja en later vaak met veen. Sommige pingoruïnes zijn inmiddels lege kommen, vooral in het zuiden van de Hondsrug, iets wat in Nederland zeldzaam is.

Verbers raakte gefascineerd door de enorme variatie en door wat er in de bodem bewaard is gebleven. In een intacte pingoruïne kun je duizenden jaren geschiedenis letterlijk uit de grond boren: van plantresten tot sporen van klimaatverandering en archeologische vondsten. Ze noemt onder meer een grotendeels gave pingoruïne bij Onneresch, waar veen en gyttja nog compleet aanwezig waren onder een dunne zandlaag.

De meertjes zijn door de tijd heen voor allerlei doelen gebruikt: als turfput, drinkplaats voor vee, ijsbaan, bluswaterplas, visstek en zelfs als wasplaats voor schapen. Daarnaast leverden ze bijzondere vondsten op, zoals houten gebruiksvoorwerpen, wapens en menselijke resten, waaronder het beroemde meisje van Yde. Verbers wil met haar boek duidelijk maken dat dit soort “gewone” vennetjes in werkelijkheid waardevolle klimaatarcheologische en cultuurhistorische bronnen zijn, die beter beschermd moeten worden tegen graafwerk, afvalstort en andere verstoring.

BEKIJK OOK:

Vandaag Inside Oranje: Vandaag Inside Oranje-tafel staat stil bij intens verdrietig nieuws over Gakpo en zijn vriendin