Veel dieren in de Waddenzee zwemmen met PFAS in het lijf | WadWeten

donderdag, 5 maart 2026 (12:43) - Leeuwarder Courant

In dit artikel:

Wageningse onderzoekers hebben in 2023 voor het eerst onderzocht hoe PFAS zich via een estuair voedselweb verspreidt tot en met toppredatoren. Monsters werden genomen in de Waddenzee (rond Griend en het westelijk deel) en in de Westerschelde — een gebied dat al geldt als PFAS‑hotspot door industriële lozingen, rioolwaterzuivering en verbrandingsinstallaties. Naast lagere trofische niveaus (garnalen, grondels, haring, steenbolk, botjes) werden ook hogere predatoren meegenomen: bruinvissen, zeehonden en visdiefjes (via eieren).

Belangrijkste bevindingen
- Over het gehele voedselweb kwamen duidelijk hogere PFAS‑concentraties voor in dieren uit de Westerschelde dan in dezelfde soort uit de Waddenzee. Dit gold voor garnalen, grondels, botjes, steenbolken en zelfs voor bruinvissen en zeehonden.
- PFOS (één type PFAS) toonde de sterkste biomagnificatie: concentraties namen toe met elke stap in de voedselketen, vooral zichtbaar in de Westerschelde.
- In de Waddenzee varieerden gevonden concentraties van ongeveer 8 ng (grondel‑vissers) tot 320–860 ng per gram droog gewicht in zeehondenlever — nog steeds relatief hoog in internationale vergelijking.
- Hoewel zeehonden en bruinvissen veelal zwerven langs de kust, bleek het laatste voedingsgebied bepalend voor leverwaarden, wat aangeeft dat recente blootstelling een grote rol speelt.
- Ten opzichte van monsters uit 2006–2008 zijn PFAS‑concentraties in Westerschelde‑dieren gedaald, wat wijst op enige verbetering sinds toen.

Breder plaatje en implicaties
PFAS (per‑ en polyfluoralkylstoffen) worden al decennialang gebruikt in uiteenlopende producten omdat ze water- en vetafstotende eigenschappen hebben. Ze hopen zich op in organismen en worden in verband gebracht met gezondheidsrisico’s zoals kanker, verminderde vruchtbaarheid en ontwikkelingsschade. De onderzoekers benadrukken dat ophoping (bioaccumulatie/biomagnificatie) niet automatisch gelijkstaat aan toxiciteit, maar dat hogere ophoping het risico vergroot dat kritische toxische drempels worden bereikt. Daarom is meer onderzoek nodig naar de effecten van chronische PFAS‑blootstelling op zeeleven.

Aanvullende resultaten
Het onderzoek is opgenomen in een Hoofdlijnenrapport over probleemstoffen van Wageningen (2024) en een uitgebreid artikel in Marine Pollution Bulletin (2026). Naast PFAS waren ook andere verontreinigingen (pcb, tributyltin, cadmium) hoger in de Westerschelde; kwik en arseen lieten vergelijkbare niveaus zien in beide gebieden. Publieke opinie en eerdere rapporten tonen bovendien dat een groot deel van de Nederlandse bevolking maatregelen tegen PFAS wil.

Kort gesteld: de studie levert het eerste estuariestudie‑brede bewijs dat PFAS via het voedselweb oploopt tot bij toppredatoren en bevestigt dat de Westerschelde nog altijd zwaarder verontreinigd is dan de Waddenzee, ook al zijn sommige PFAS‑niveaus de afgelopen twintig jaar gedaald. De auteurs roepen op tot vervolgonderzoek naar langetermijneffecten op ecosystemen en tot voortdurende beheersing van bronbelasting.