Veearts Peter Egberink bewonderde vooral de veerkracht van de boeren tijdens de mkz-crisis

maandag, 23 maart 2026 (19:14) - Friesch Dagblad

In dit artikel:

Noordoost-Fryslân werd precies 25 jaar geleden hard getroffen door een mkz-uitbraak. Dierenarts Peter Egberink (nu 59), toen voorzitter van de Friese afdeling van de Koninklijke Nederlandse Maatschappij voor Diergeneeskunde en woonachtig in Ie, stond middenin de crisis. Na een bezoek op 10 april 2001 aan een bedrijf aan de Humaldawei zag hij direct klinische aanwijzingen voor mond- en klauwzeer; de volgende dag werd dat officieel bevestigd als het eerste geval in Fryslân, bij boer Piet Meindertsma. Kort daarna volgde een tweede besmetting in Eanjum en in enkele dagen tijd werden tientallen bedrijven geruimd.

Egberink beschrijft hoe hij twee weken lang bijna niet het mkz-gebied verliet en lange uren meeliep met boeren en ruimingsploegen. In die eerste fase ging het snel: binnen tien dagen leek het getroffen gebied vrijwel leeg. Uiteindelijk werden in Fryslân tussen de zestig en zeventig bedrijven geruimd; in dierenaantallen betroffen het veel koeien, maar qua aantal bedrijven waren vooral schapen zwaar vertegenwoordigd. De leegloop op het platteland was zichtbaar — melkmachines bleven stil, stallen stonden leeg — en veel veehouders verloren met een enkele ingreep generaties fokgeschiedenis en complete genetische lijnen.

Medisch en bestuurlijk beeld: mkz bleek buitengewoon besmettelijk. Egberink legt uit dat geïnfecteerde dieren het virus kunnen verspreiden voordat ze antistoffen ontwikkelen, en dat dieren die hersteld zijn alsnog drager kunnen blijven. Destijds ontbrak een marker-vaccin; dat maakte exportbelangen cruciaal: landen wilden geen risico lopen op invoer van mkz en eisten garantie dat afgezette producten vrij waren van het virus. Die handelsoverwegingen waren leidend in het Europese non-vaccinatiebeleid en droegen ertoe bij dat ook gezond ogende, ingeënte of mogelijk blootgestelde dieren werden geruimd. De snelheid van verspreiding was schrikbarend: Egberink geeft een R0-waarde rond 14 — één besmet dier kon binnen korte tijd vele anderen infecteren — waardoor ringruiming en onmiddellijke isolatie noodzakelijk werden geacht.

Waar het virus precies vandaan kwam, bleef onopgelost. Er circuleerden theorieën over de kadaververwerker Rendac in Sumar en over ganzen, maar windrichting en onderzoeksdossiers maakten die verklaringen in de praktijk onwaarschijnlijk. Het ministerie en de NVWA waren verrast door het optreden in Fryslân; de besmetting kwam nadat mkz eerder dat jaar in Engeland en in delen van Nederland was verschenen en gevolgd door grootschalige acties elders in het land.

Sociaal en emotioneel had de uitbraak een grote impact. Egberink sprak zijn bewondering uit voor de veerkracht van veel Friese boeren: de meesten hervatten hun bedrijven en keken vooruit, maar voor enkelen betekende het definitief stoppen. De emotionele nasleep trof ook hulpverleners; Egberink herinnert zich langdurige gevoeligheid bij geluiden van kranen die deden denken aan het laden van vee. Waar andere regio’s (zoals de Veluwe) heftiger verzet en protest kenden tegen ruimingen, omschreef men in Fryslân de houding veelal als praktisch en gericht op het snel bestrijden van de ziekte.

Beleid en lessen: Egberink had al in maart 2001 publiekelijk geschreven dat het ruimen van dieren uit risicogebieden een gerechtvaardigde maatregel kon zijn en pleitte daarnaast voor grootschalige vaccinatie en lokale consumptie van vlees om exportbelemmeringen te omzeilen. Destijds was dat technisch en politiek niet mogelijk; nu is er wel een marker-vaccin beschikbaar, waardoor gevaccineerde dieren niet per se geruimd hoeven te worden en hun vlees geëxporteerd kan worden. Toch blijft de marktreactie een onzekere factor: als afnemers weigeren, blijft de sector voor lastige keuzes staan. Positief is dat de registratie en traceerbaarheid van diertransfers sindsdien sterk verbeterd — een concrete ‘lesson learned’ die de kans op herhaling moet verkleinen.

Het interview met Egberink maakt deel uit van een serie van het Friesch Dagblad die terugblikt op de mkz-crisis van twintig jaar eerder en belicht zowel de technische, emotionele als bestuurlijke dimensies van een ingrijpende periode voor Fryslân en de Nederlandse veehouderij.