Van feesttent naar festival: het is hoogseizoen voor zanger Steyn (25) uit Harkema. 'Myn rekôr is fiif optredens op ien jûn'
In dit artikel:
Steyn Land (25) uit Harkema is deze zomer hét gezicht van de Friese feestscene: met zijn VW-busje toert hij van dorpsfeestje en tent naar festival en speelt in mei, juni en juli vrijwel elk weekend. Tegelijk werkt hij vijf jaar als kraanmachinist bij Reitsma Metaal Recycling; in de kantine tussen bergen schroot bespreekt hij bestellingen van zelfgemaakte toffeelikeur en laadt hij pallets met “boerenshot” in de opslag. Naast zingen is Steyn vlogger en slijter, en hij deelt zijn artistieke werk veelal met zijn vader Foppe, die de meeste songteksten schrijft.
Zijn doorbraak kwam in 2023 met de ska-hit Teeny Teeny, die samen met vader Foppe ontstond en inmiddels ruim een miljoen luisteraars trekt als je Spotify-, YouTube- en remixcijfers optelt. Sindsdien ontplofte zijn optreedagenda: zijn record is vijf keer op één avond spelen, en in de zomer staat hij bijna elke avond op het podium. Voor Brêgepop maakte hij samen met DJ Pieter Sahieter het officiële anthem Us Thús; in juli staat hij voor het eerst op het Veenhoop Festival met een liveband (Yme & the Farmbreakers). Ondanks interesse van platenbazen en boekingskantoren blijft Steyn pragmatisch: hij pakt wat leuk is en plant niet ver vooruit. Zoals hij zegt: “Ik doch gewoan wat ik leuk fyn.”
Privé is Steyn een streekproduct: zoon van Foppe Land (voormalig frontman van punkband Strawelte), opgegroeid in Kollum en Gerkesklooster, met twee oudere en jongere siblings. Zijn ouders scheidden toen hij een tiener was; dat leverde zowel lastige momenten als dierbare herinneringen op, bijvoorbeeld toen hij als roadie met zijn broer mee mocht naar optredens van zijn vaders band. Het geloof speelt nog een rol in zijn leven: hij bidt bij maaltijden en in moeilijke momenten.
Voordat de muziek definitief de overhand kreeg, had Steyn een veelbelovende shorttrack-carrière en werd hij derde van Nederland bij de junioren. Corona maakte een einde aan die schaatsperiode, waarna hij zich meer ging richten op muziek en het werk bij het recyclingbedrijf — waar hij ooit als zaterdaghulp begon en nu collega’s en bazen dubbel ziet fungeren als vrienden en supporters.
Contrasten bepalen zijn imago: hij is het gezicht van Stoptober in Friesland maar rookt zelf nog; hij wil betaalbare optredens blijven doen en hanteert een bescheiden gage van 695 euro zodat dorpsfeesten hem kunnen boeken; hij is populair in Friesland maar zegt geen meerwaarde te voelen in optredens buiten de provincie (Groningen vond hij een keer ‘vreselijk’). Hij woont in een microwoning op het erf van zijn vaders wâldhûske en probeert werk, muziek en privé in balans te houden — met zelden meer dan twee weken vrij tijdens de bouwvak.
Steyn profileert zich als een relatieve geluksvogel die hard werkt maar vooral plezier wil houden in wat hij doet. Zijn netwerk — vader als tekstschrijver, lokale producers zoals Jeroen Seinstra, en vrienden in de boerenrock- en feestscene — zorgt ervoor dat hij in Friesland blijft doorgroeien. Of hij ooit in het Nederlands gaat zingen en het landelijk succes zoekt, staat nog open; hij sluit het niet uit, maar wil vooral blijven doen wat hem nu al energie geeft.