Van de Knaus naar de Eriba, op de camping schijnt altijd de zon

zaterdag, 23 mei 2026 (09:14) - Friesch Dagblad

In dit artikel:

Op een kille wandeldag bezoekt journalist Marianne Velsink haar zus en zwager op camping De Houtwal in Paasloo en merkt opnieuw het vertrouwde campingfenomeen: op de plek zelf lijkt het altijd zonniger dan de werkelijkheid. Hoewel ze vier lagen kleding draagt en het herfstig aanvoelt, begroeten alpaca’s, tipi’s en een barbecue haar en zitten haar familieleden ontspannen in zonnebrillen op klapstoelen – de sfeer wint het van het weer.

De aanwezigheid van een Eriba Touring caravan wekt onmiddellijk jeugdherinneringen op: winterse en zomerse gezinsreizen, het rode kleed van ‘tante Bertha’, een oud droogrekje en de eerder gebruikte Knaus Südwind met oranje gordijntjes. Die beelden kleuren hoe ze terugkijkt op vakanties: de ongemakken – koude, regen, bergachtige pech in Portugal of krappe Italiaanse straatjes – vervagen snel en laten plaats voor het plezier en de anekdotes (een nacht omgeruild voor hotelcomfort in Frankrijk, het zoeken naar een vlak stukje grond in Zweden).

Velsink haalt ook een ervaring uit de meivakantie aan: een verblijf in een lodge achter de Waddenzeedijk bij Harlingen, waar het van buiten grijs en nat was, maar binnen de familiefoto’s en de gezamenlijke activiteiten het gevoel van een zonnige vakantie creëerden. Die discrepantie tussen feitelijk weer en beleving verklaart ze als een soort collectieve selectieve herinnering: op de camping en in de foto’s zegeviert de zomer in ons geheugen.

Het verhaal is een kleine ode aan de charme van kamperen: de eenvoud van klapstoelen en caravans, de rol van nostalgie en de manier waarop vakantiebeleving regen en kou overstemt. Velsink sluit af met het beeld van zichzelf en haar familie, buiten zittend, zonnebril in de zak gevonden, en het besef dat de vakantiesfeer vaak het weer overtreft.