Vader van door agent doodgeschoten Emilia (24): 'Politie moet anders omgaan met verwarde mensen'
In dit artikel:
Op 27 mei 2024 schoot de politie in Groningen de 24‑jarige Emilia dood nadat zij tijdens een psychose met een mes een agent bedreigde. Haar vader, Massimo uit Haren, zegt twee jaar later dat het geweld onnodig was en dat politieoptreden bij verwarde personen fundamenteel anders moet. Hij voelt zich niet serieus genomen door de politie en vraagt om structurele veranderingen om soortgelijke sterfgevallen te voorkomen.
Wat er gebeurde: Emilia, die al jaren psychische problemen had en ook middelen gebruikte, raakte die nacht in een psychose nadat zij alcohol combineerde met medicijnen. Tijdens een ruzie bedreigde ze haar partner met een survivalmes; hij vluchtte en belde 112. Vier agenten kwamen met twee voertuigen ter plaatse. Omdat de meldkamer meldde dat Emilia eerder een zelfmoordpoging had gedaan en mogelijk een gevaar vormde, trapten agenten de voordeur in. In de badkamer sloot ze zich op; een agent opende het slot, waarop zij het mes pakte en een van de agenten bedreigde. Toen die agent in het nauw kwam, werd door een collega geschoten. De kogel trof haar hart; later werd nog een taser ingezet, maar Emilia overleed ter plekke.
Rechtsgang en beoordeling: Het Openbaar Ministerie concludeerde eind 2024 dat er geen strafrechtelijke vervolging kwam. Volgens justitie was het schot bedoeld om ernstig letsel of de dood van een collega te voorkomen en daarmee rechtmatig. De taser was volgens het OM op die afstand niet effectief; bodycambeelden lieten een snel escalerende, zeer dreigende situatie zien. Dat neemt niet weg dat Massimo en belangenorganisatie Controle Alt Delete (CAD) kritiek hebben op de manier waarop de politie de inzet voorbereidde en uitvoerde.
Kritiek van nabestaanden en CAD: Massimo betoogt dat er onvoldoende tijd en planning was om de benadering zorgvuldig te organiseren. Hij vindt dat de agenten niet overwogen hebben om de badkamer af te sluiten, hulpverleners of ouders in te schakelen of minder dodelijke middelen (zoals pepperspray of een doordachte tactiek met schilden) te gebruiken. CAD‑projectleider Jair Schalkwijk ondersteunt die analyse en wijst op bredere patronen: uit onderzoek van CAD blijkt dat in een reeks dodelijke politieincidenten veel slachtoffers migratieachtergrond hebben en bijna de helft tekenen van verward gedrag toonde. CAD pleit voor onafhankelijk onderzoek naar dergelijke dodelijke gevallen en wil strengere wetgeving en betere waarborgen; sinds 2016 is er volgens hen geen agent veroordeeld voor dodelijk politiegeweld.
Cijfers en context: Jaarlijks overlijden in Nederland ongeveer twaalf mensen bij een politieaanhouding; sommige bronnen in het artikel vermelden een onderzochte groep van 116 verdachte overlijdens, waarvan velen door geweld door agenten of na een achtervolging/politieceldood. In Noord‑Nederland registreerde de eenheid recentelijk duizenden incidenten waarin geweld werd toegepast; daar rekent de politie zelf ongeveer 40 procent van die incidenten toe aan personen met onbegrepen gedrag.
Reactie van de politie: Korpsleiding en chef Martin Sitalsing erkennen dat de uitkomst nooit gewenst was en zien leerpunten: in hoogrisicosituaties zou standaard een doel‑aanpakanalyse moeten plaatsvinden. Tegelijk zeggen zij dat er in sommige gevallen weinig ruimte voor zo’n voorbereiding lijkt te zijn en benadrukken dat politiemensen geen zorgverleners zijn. De politie geeft aan dat zij de inhoudelijke doelen van een door Massimo aangeboden app (een AI‑gestuurde tool om risico’s bij noodmeldingen beter in te schatten en agententraining te ondersteunen) wel gebruiken voor trainingsdoeleinden, maar dat de huidige IT‑systemen de door hem aangeboden applicatie niet veilig kunnen ondersteunen.
Nazorg, klacht en frustratie: Op advies van CAD diende Massimo een klacht in over de werkwijze; hij wacht al bijna een jaar op antwoord. Hij voelt zich genegeerd en zegt dat die ervaring hem verhindert te rouwen. Naast zijn verlies ontwikkelde de IT‑specialist een app om hulpverleners en politie in real time te helpen risico’s beter in te schatten; hij bood die gratis aan, maar trof weinig belangstelling en kreeg volgens hem nauwelijks vervolg.
Conclusie: De zaak rond Emilia laat zien hoe dodelijke afloop van politieoptreden bij verwarde mensen families en belangenorganisaties bezighoudt: er is kritiek op de tactiek en voorbereiding van politieoptredens, er zijn zorgen over het systeem rondom zorg en politie bij acute meldingen, en er ontbreekt volgens critici vaak een transparante, onafhankelijke evaluatie. Massimo wil geen vergelding, maar verandering: minder doden door politiegeweld en meer serieuze aandacht voor alternatieve aanpakken en samenwerking met zorgverleners.