Ut te winkeljen mei froulju: 'lange tiid gie it bêst wol goed'
In dit artikel:
Ik erger me aan overdadig mannelijk vertoon, schrijft verteller Jaap Krol, maar hij voelt zichzelf ook niet als een slappeling: eerder een bescheiden, gereserveerde man. Op een koude, mistige zaterdagmiddag in het kerstversierde Amersfoort gaat hij met zijn vriendin en haar zus winkelen. In enkele winkels gedraagt hij zich zakelijk — hij koopt een dure kandelaar en later impulsief een boek van Nicolien Mizee — maar bij bepaalde geurende, esoterische winkels met kaarsen, wierook en “zelfhulp”-boeken houdt hij het buiten de deur uit.
Omdat hij niet graag tussen zulke winkels rondloopt, wacht hij buiten, in de houding die hij plagerig vergelijkt met die van een “dode haan”: een stereotype beeld van mannen die geduldig voor etalages of winkeldeuren postvatten terwijl de vrouwen binnen shoppen. Aan de overkant ziet hij twee andere mannen hetzelfde doen, klaar om bij de dames in te voegen zodra die naar buiten komen. Ze wisselen geen woorden — een stilte die de auteur als typisch mannelijk ervaart.
Het stukje is een luchtige zelfreflectie over genderrollen en eigen tekortkomingen: Krol erkent dat hij geen solistische held of geboren leider is, maar ook geen lafaard. De winkelroute en kleine aankopen vormen het decor voor zijn observaties over hoe mannen zich soms ongemerkt conformeren aan clichés, juist door niets te zeggen of te doen.