Tsien nije stêden, tsien Dichtersbuerten?
In dit artikel:
In de jaren van Jetten ontstond het idee voor een nieuwe Friese stad met een speciale Dichtersbuurt: een buurt vol pleinen, straatnamen en voorzieningen vernoemd naar lokale dichters en literaire namen. Het plan kwam voort uit een combinatie van ruimtelijke ambities — Fryslân wilde nieuwe steden bouwen voor mensen uit de Randstad — en de wens om cultuur zichtbaar te maken. Op papier ontstond een fantasierijk stratenplan, deels bedacht door een goedkoop AI‑kantoor: brede lanen met beuken (de Abe de Vries‑laan), een bypass met de Arjan Hut‑straatweg en een donker fietstunneltje van Edwin de Groot, maar ook een Cornelis van der Wal‑steeg met een openbaar ontwerp‑toilet en een Elske Kampen‑hofje waar de wereld ver weg leek en de ouderen dichtbij bleven.
Veel details tonen een speelse, soms ironische insteek: viaducten werden volgens plan gelijk verdeeld tussen mannelijke en vrouwelijke dichters, één viaduct bleef bewust onnoemd als statement dat sekse een construct is; er kwamen een Anne Feddema‑klimtoren, een Aggie van der Meer‑plein met een Syds Wiersma‑kapel, en een Sipke de Schiffart‑pad voor hondenuitlaatjes. Er waren ook knipogen en ongemakken — een Albertina Soepboer‑plantsoen waarvan de ingang onvindbaar was, en een Eeltsje Hettinga‑rotonde die eerst als shared space gedacht was maar later aangepast werd vanwege botsingen.
Uiteindelijk is er niets van dit alles gerealiseerd: de nieuwe steden zijn er niet gekomen en de Dichtersbuurt bleef een luchtig, niet‑uitgevoerd ontwerp. De tekst reflecteert op hoe ideeën — vooral in tijden van zichtbare culturele profilering en mediadrang — kunnen blijven hangen in plannen en namen, terwijl de concrete uitvoering uitblijft. De bijdrage is geschreven door Abe de Vries, schrijver en journalist bij het Friesch Dagblad.