Treinkaartjes stijgen in prijs en hotelovernachting wordt duurder: dit verandert er in 2026
In dit artikel:
Per 1 januari 2026 veranderen verschillende wetten en tarieven die direct in de portemonnee merkbaar zijn. De belangrijkste wijzigingen raken werknemers, woningbezitters, spaarders/beleggers, huurders, gezinnen en automobilisten.
Werk en inkomen
- De eerste belastingschijf wordt verlaagd, waardoor de meeste werkenden netto meer overhouden. Iemand met modaal salaris (€3.704 bruto p/m) krijgt ongeveer €26 netto extra; bij dubbel modaal kan dat oplopen tot zo’n €50.
- Het minimumloon stijgt naar €14,71 per uur, wat neerkomt op minimaal €2.294 bruto per maand bij een 36-40-urige werkweek.
- Ouderen merken een hogere AOW doordat de uitkering meebeweegt met het minimumloon en jaarlijkse indexatie; de AOW-leeftijd blijft ongewijzigd.
- Zelfstandigen zien de zelfstandigenaftrek verder dalen: €1.200 in 2026 (naar €900 in 2027), waardoor zzp’ers minder fiscale ruimte krijgen.
Wonen en wonen-financiën
- Starters profiteren: de vrijstelling voor overdrachtsbelasting geldt in 2026 tot een koopsom van €555.000. De NHG-grens stijgt naar €470.000, waardoor meer kopers recht krijgen op de garantie. Investeerders betalen een lager tarief van 8% overdrachtsbelasting.
- Voor eigenwoningbezitters met bijna afgeloste hypotheken wordt het nadeel groter doordat de Hillen-aftrek verder wordt afgebouwd (aftrekpercentage daalt naar 71,82% in 2026). Dat vermindert het fiscale voordeel van een kleine of geen renteaftrek meer.
- Spaarders en beleggers met vermogen boven de vrijstellingsgrens (€59.357) krijgen een hogere box-3-heffing: het fictieve rendement waarmee vermogen wordt belast stijgt van 5,88% naar 7,78%, dus hogere belastingdruk op overtollig vermogen.
- Huurders: de maximale huurgrens voor huurtoeslag vervalt, waardoor vooral middeninkomens vaker recht hebben op toeslag. Wel blijft er een vermogensgrens (alleenstaanden maximaal €38.479). Gemeentelijke woonlasten (riool, afval, OZB) stijgen gemiddeld ongeveer 4% tot circa €1.001 per huishouden.
Energie en netbeheer
- Vanaf 1 januari is medewerking aan plaatsing van een digitale meter verplicht; weigering kan een boete opleveren.
- Gas wordt waarschijnlijk duurder door een verhoging van de energiebelasting op gas; elektriciteit wordt in belasting verlaagd met ongeveer 10%, maar netbeheerkosten stijgen, wat het voordeel kan beperken. De energiebelastingkorting daalt licht (van €635,19 naar €628,96).
Gezin en toeslagen
- Het kindgebonden budget gaat licht omhoog voor lage- en middeninkomens; bij hogere inkomens wordt het iets afgebouwd. Kinderbijslag kan tijdens 2026 worden aangepast aan loon- en prijsontwikkeling. De aanvraagtermijn voor alle toeslagen wordt met drie maanden verlengd, zodat achteraf makkelijker terugwerkende kracht kan worden gevraagd.
Verkeer en vervoer
- Fiscale stimulering voor elektrische auto’s neemt af: de bijtellingskorting verdwijnt, waardoor kopers van EV’s meer betalen. NS verhoogt tarieven gemiddeld 6,5% (een enkele rit van 50 km kost rond €9,30). BPM voor zakelijke aanschaf stijgt, vooral bij meer vervuilende auto’s. Voor 75-plussers worden mogelijk strengere rijbewijskeuringen ingevoerd en het CBR werkt aan een digitaal rijbewijs voor op de telefoon.
Overig
- Recreatieovernachtingen (hotels, vakantieparken, pensions) gaan van het lage btw-tarief van 9% naar het algemene tarief van 21% (kamperen blijft 9%).
- Het wettelijk collegegeld voor hbo/wo stijgt naar €2.693 per jaar voor studiejaar 2026–2027.
- Op 1 januari treedt ook het nieuwe pensioenstelsel in werking; zo’n 9,5 miljoen deelnemers maken de overstap, wat een belangrijke stelselwijziging voor pensioendeelnemers betekent.
Samengevat: 2026 brengt voor veel werknemers en starters financiële verlichting, terwijl eigenwoningbezitters met weinig hypotheekrestschuld, vermogenden en bepaalde consumentensectoren hogere lasten krijgen. De veranderingen hebben brede maatschappelijke gevolgen, van woningmarkt en pensioenen tot energie en mobiliteit.