Trainen tussen de palmbomen, bidden tegen karma en een chef dode dieren. Johnny Jansen kijkt zijn ogen uit op Bali

zaterdag, 27 december 2025 (08:43) - Leeuwarder Courant

In dit artikel:

Johnny Jansen (50), voormalig jeugdtrainer en staflid bij SC Heerenveen en PEC Zwolle, werkt sinds dit seizoen als hoofdtrainer bij Bali United — een topclub in de Indonesische Liga 1. Hij woont in Sanur op Bali en scheurt dagelijks per scooter naar het trainingscomplex dat direct aan de Indische Oceaan ligt; een omgeving die hij nog elke ochtend als een voorrecht ervaart.

Zijn technische staf bestaat onder meer uit landgenoten Jeffrey Talan (assistent) en Ronnie Pander. Talan heeft Indonesische wortels en voelt zich er persoonlijk aan verbonden; Pander verliet het Nederlandse profvoetbal om dit avontuur aan te gaan. Samen omschrijven ze het leven als een mix van tropische luxe (goed eten voor weinig geld, werken in korte broek) en onvoorspelbare omstandigheden: uitwedstrijden via gammele busjes door de jungle, politie-escortes en soms intimiderende supporteracties met honderden scooters. Het verkeer op Bali noemt Jansen “totale chaos”, en het eiland levert naast fraaie cadeaus ook bizarre taferelen: slangen op het veld, omvallende mussen door de hitte en marathonlopers op de trainingsvelden.

Bali United wordt geleid door de gebroeders Tanuri (eigenaar Pieter en directeur Yabes), die hoge ambities koesteren. Jansen kwam via een tip van Alex Pastoor in beeld en greep de kans aan, ook al kende hij de Indonesische competitie nauwelijks. Hij leert snel dat het sportieve niveau in vergelijking met Nederland meer weg heeft van een middenmoter in de eerste divisie, en dat de Balinese manier van werken veel flexibiliteit vereist: afspraken worden anders geïnterpreteerd, spelers verdwijnen regelmatig voor nationale jeugdtrainingskampen en velden kunnen onverwacht voor evenementen worden gebruikt. Desondanks prijst hij de faciliteiten van het complex: meerdere perfecte velden en een degelijke gym.

Culturele elementen zijn sterk aanwezig in het dagelijks werk. Voor de competitiestart leidde een bezoek aan Pura Besakih — de “Moedertempel” op de flanken van de Agung — tot een uitgebreide ceremonie waarin spelers en staf sarongs droegen en deelnamen aan gebeden om blessurevrije seizoenen en sportief succes. Jansen ervoer die rituelen als indrukwekkend, maar erkent ook nuchter dat gebeden alleen niet de resultaten garanderen: blessures en tegenvallende prestaties blijven een rem op de ambities.

Sportief staat Bali United momenteel in de middenmoot en kampen blessures met terugkerende frustratie; de marge met de subtop is klein. Een opbeurend moment was de verrassende 0-1-zege uit bij koploper Borneo. Tegelijkertijd laat een teleurstellend gelijkspel tegen hekkensluiter Persis Solo (0-0) zien waar het wringt: de ploeg creëert kansen maar mist een betrouwbare doelpuntenmaker. Jansen wijst op gebrek aan gerichte scouting en relatief beperkte middelen; hij ziet juist in betere scouts en meer budget het verschil tussen meedoen om de titel binnen twee jaar of blijven steken.

Persoonlijk worstelt Jansen met het gemis van zijn vrouw en dochter, die nog in Nederland wonen. Hij bezoekt regelmatig Nederland en onderhoudt dagelijks contact met korte filmpjes. Zijn contract werd vroeg ter verlenging voorgelegd, maar hij wachtte om zeker te zijn dat de familie mee kan komen en dat de club structureel investeert in jeugd, scouting en professionele werkwijzen — zaken waarin hij al stappen heeft gezet (video-analyses, individuele programma’s).

Jansen heeft geen illusies over het veranderen van een hele voetbalcultuur, maar wil wel bijdragen aan professionalisering en talentontwikkeling bij Bali United. Na zes maanden is hij duidelijk enthousiast over het avontuur: de combinatie van sportieve uitdaging, culturele ervaring en het leven op Bali geeft hem precies wat hij zocht, al blijft de eindscore in de competitie bepalend voor hoe het project zich verder ontwikkelt.