Tot negen jaar geëist voor Fries internationaal drugsnetwerk. 'De drugshandel was hun way of life'

woensdag, 8 april 2026 (19:43) - Leeuwarder Courant

In dit artikel:

Een criminele organisatie uit Nederland wordt door het Openbaar Ministerie gezien als een professioneel cocaïnenetwerk dat gedurende langere tijd ongeveer 90 kilo cocaïne naar Schotland, Engeland en Denemarken smokkelde. De handel bestond niet uit enkele grote zendingen maar uit een constante, snel opvolgende aanvoer; de verdachten verzorgden volgens justitie het volledige traject, van inkoop en testen tot transport en grensoverdracht.

Belangrijke betrokkenen zijn een 43-jarige man uit Harlingen (die ook in een aparte Rotterdamse zaak wordt verdacht van betrokkenheid bij de import van 1.500 kilo heroïne in 2021), een man uit Papendrecht (voormalig medewerker van marechaussee en DSI) en een man uit Goutum. Bij huiszoekingen werden ook wapens en munitie aangetroffen; de aanwezigheid van overheidsmunitie bij de ex-marechaussee neemt het OM mee in de strafvordering.

Het OM eist zware straffen: tot negen jaar gevangenisstraf voor sommige hoofdverdachten en teruggaaf van winsten tot maximaal circa €174.000. Voor een minder betrokken broer werd 72 dagen geëist. De verdachten verzetten zich; de Harlinger verwees naar een eerdere hersenbloeding en zorgtaken en zei het criminele leven te willen beëindigen. Advocaten reageren woensdag; de zitting is online te volgen.

Het bewijs is grotendeels gebaseerd op de grootschalige hack van de versleutelde berichtenservice Sky ECC in 2021 (opvolger van EncroChat), die honderden miljoenen berichten onthulde. Justitie koppelde meerdere Sky-/EncroChat-accounts aan de verdachten door combinaties van contactgegevens, verwijzingen in andermans telefoons, overeenkomsten tussen betalingsmutaties en zendmastlocaties, en tekstuele overeenkomsten tussen chats en daadwerkelijke pintransacties (bijvoorbeeld een bericht over Amsterdam gevolgd door een betaling bij een Starbucks op het Damrak). In de chats zouden concrete verwijzingen naar verkochte cocaïneblokken terugkomen.

De zaak draait daarmee om zowel het organisatorische karakter van de handel als om technische en financiële sporen die de link tussen digitale accounts en personen moeten bewijzen.