Topsport, een maatschappelijke carrière en een propvolle speelagenda. Moet de volleybalkalender op de schop?

zondag, 18 januari 2026 (15:43) - Leeuwarder Courant

In dit artikel:

Friso Sneek begint een wedstrijdweek als een professioneel team: teamauto’s voor de sporthal, vier stafleden langs de zijlijn en vier trainingen per week. Toch zijn de speelsters geen fulltime betaalde atleten; ze krijgen alleen reiskosten vergoed en combineren volleybal met baan of studie. Coach Erik Reitsma noemt hen daarom „maatschappelijke topsporters” en waarschuwt dat het huidige speelschema die dubbelleven ondraaglijk maakt.

De oorzaak ligt vooral in het ingewikkelde competitieformat en een drukke kalender. De eredivisie begint met een dubbele competitie tussen acht ploegen, waarna de top vier in een A-poule en de onderste vier in een B-poule uitkomen. De besten plaatsen zich rechtstreeks voor de kwartfinales, anderen moeten via knock-outs doorgaan naar best-of-three halve finales en een best-of-five finale. Daarnaast spelen clubs nog om beker, Supercup, de Europese Challenge Cup en de BeNe Cup. Het seizoen moet volgens de bond lopen tussen 6 oktober en 3 mei, waardoor er nauwelijks vrije weekenden overblijven en één competitiewedstrijd per team onvermijdelijk op een doordeweekse avond valt. Afzeggingen vanwege nationaal teamverplichtingen of slecht weer leiden tot inhaalduels die vaak doordeweeks gepland worden; Sneek speelde dit seizoen al vier keer op woensdagavond.

De gevolgen zijn merkbaar op meerdere fronten. Spelers moeten werkroosters en tentamens wisselen: passer Annika de Goede moet een tentamenhal verlaten om een inhaalwedstrijd te halen, rijinstructeur en spelverdeelster Geldou de Boer zegt leerlingen te moeten afzeggen. Oud-speelster Nynke Oud gaf aan dat de combinatie met een baan als fysiotherapeut en leefstijlcoach uiteindelijk een reden was om te stoppen; flexibiliteit van werkgevers maakt het tijdelijk haalbaar, maar de mentale en fysieke tol blijft hoog. Vrijwilligers krijgen ook veel extra taken; vrijwilligersduo Klaas en Tjitske Wind noemt zo'n 25 mensen die nodig zijn voor één thuiswedstrijd (opbouw, oproepers, vip-hosts, flyers, commentator, ballenkindbegeleiding, enz.). Doordeweekse avonden maken het werven van vrijwilligers en ballenkinderen lastiger.

De volleybalbond erkent de knelpunten, maar ziet beperkingen: clubs willen enerzijds meer wedstrijden voor sportieve en commerciële zichtbaarheid, anderzijds zijn er bezwaren tegen doordeweekse planning. Bondsmanager Hans de Vos zegt dat verenigingen input kunnen leveren, maar dat met de beschikbare periode weinig alternatieven overblijven. Reitsma pleit voor vereenvoudiging van het format — bijvoorbeeld het schrappen van A- en B-poules en het invoeren van promotie/degradatie — of uitbreiding van het aantal eredivisieclubs zodat de reguliere competitie uitgerekt kan worden en midweekwedstrijden afnemen. Zo'n aanpassing zou de druk op spelers en vrijwilligers kunnen verlichten en de competitie tegelijk aantrekkelijk en spannend houden.

Sportief noteerde Sneek onlangs een 3-0 thuiszege op Meerdervoort VV Utrecht, zonder enkele vaste krachten: Iris Oosterbaan (geblesseerd) en Rixt van der Wal (geschorst na een eerdere actie tegen een scheidsrechter). De overwinning toont dat de ploeg sportief blijft presteren, maar de organisatorische en maatschappelijke knelpunten rondom planning en compensatie blijven prangend voor club en spelers.