Toeval bestaat (niet), toch? | column Irma van Steijn
In dit artikel:
Heleen verloor in november haar partner Martin, bij wie ze jarenlang intensief mantelzorg had verleend. Waar hun bestaan vooral om elkaar draaide, liet zijn dood een enorme leegte en gevoelens van zinloosheid achter. Tijdens de intake gaf ze aan het niet erg te vinden als ze de volgende dag niet meer wakker zou worden; ze had het gevoel dat ze alleen bestond in verbinding met hem. Bovendien werd ze continu overspoeld door indringende beelden van Martin in pijn en verdwaasdheid.
Irma van Steijn (GZ-psycholoog, Maarsingh & van Steijn) beschrijft in deze column hoe zij en collega Froukje Jackson wekelijks anoniem casussen uit de spreekkamer delen. In Heleens behandeling hebben ze op verschillende manieren gewerkt: het bewust oproepen van andere, positievere herinneringen aan Martin, het in stukjes knippen en gecontroleerd benaderen van de angstige beelden zodat ze minder overweldigend worden, en het stimuleren van sociale contacten, werk en beweging (gedragsactivatie). Heleen doet mee aan die stappen, maar ervaart alles nog als vlak en onverwerkt.
Een onverwacht keerpunt kwam via wat Heleen als een teken interpreteerde: ze zag een opvallend mooie Vlaamse gaai waarvan een wit veertje naar haar dwarrelde — iets waar ze innerlijk warmte van voelde, ondanks haar scepsis. Tijdens de sessie verscheen er vervolgens onverwacht ook een Vlaamse gaai in de achtertuin van de psycholoog, wat beide vrouwen stil maakte en de vraag opriep of toeval wel bestaat. Het verhaal illustreert hoe betekenisgeving en kleine, symbolische gebeurtenissen troost kunnen bieden tijdens rouw, en hoe therapie helpt met zowel praktische als emotionele herstelstappen.