Thialf als olympisch decor in 2030 is wat de schaatssport juist kan gebruiken | LC commentaar

donderdag, 21 mei 2026 (10:12) - Leeuwarder Courant

In dit artikel:

Schaatsers uit binnen- en buitenland houden van Thialf in Heerenveen vanwege het snelle ijs en de bezielde tribunes. Dat gevoel botst nu met de mogelijke keuze van Nice als gaststad voor de Olympische Winterspelen 2030: Frankrijk heeft geen overdekte 400-meterbaan en overweegt, omwille van duurzaamheid, bestaande buitenlandse banen te gebruiken. Thialf wordt als kandidaat genoemd, wat bij veel topschaatsers wrevel oproept; zij ervaren zo’n voorstel als een belediging tegenover de Fransen die elders in de regio juist investeren in ijshockey, shorttrack en curling.

De discussie raakt een groter punt: waar moeten onderdelen van de Winterspelen plaatsvinden als niet elke gaststad alle vereiste faciliteiten heeft? De IOC moet in de praktijk vaak accommodaties verspreiden over meerdere locaties en soms landen—vooral omdat geschikte wintersportgebieden beperkt zijn. Voor latere edities zijn alweer vaste locaties genoemd: Salt Lake City voor 2034 en Zwitserland (met een geplande baan in een hal bij Genève) voor 2038.

Sommige schaatsers vrezen dat rijden buiten het Olympische dorp het ‘Olympische gevoel’ aantast, maar dat sentiment gaat volgens het commentaar voorbij aan twee feiten: atleten rijden primair om te winnen, en zichtbaarheid telt. Een toernooi in Thialf zou de schaatssport juist internationaal kunnen versterken doordat het stadion en zijn publiek extra aandacht genereren. Kortom: emotionele binding met een locatie en praktische, duurzame oplossingen voor een wereldwijd toernooi staan op gespannen voet. De keuze zal afhangen van logistiek, klimaatgaranties en de afweging tussen symboliek en realisme.