Ten strijde tegen dreigend royement: Minke de Voor (58) uit Rottevalle vecht besluit CDA aan: 'It is pestgedrach'
In dit artikel:
Minke de Voor (58) uit Rottevalle, gemeenteraadslid in Smallingerland, staat mogelijk op het punt uit het CDA te worden gezet. De Voor, die in 2023 uit de CDA-fractie stapte en zich aansloot bij Sociaal Lokaal Smallingerland (SLS), wordt door het lokale CDA-bestuur en fractievoorzitter Tjebbe van der Meer en voorzitter Wim Eilering beschuldigd van meerdere vergrijpen; zij zelf noemt de acties tegen haar “kwaadaardig pestgedrag” en bestrijdt alle verwijten.
Achtergrond: De ruzie begon nadat het lokale CDA-bestuur schriftelijk had aangegeven dat De Voor niet geschikt zou zijn als fractievoorzitter, terwijl Van der Meer juist lof kreeg en zou doorgroeien naar wethouder. De Voor vond inmenging van het bestuur onacceptabel, vertrok stilletjes naar SLS en hield haar partijlidmaatschap aan omdat ze niet wilde “dat zij gelijk kregen”. Daarna diende zij integriteitsmeldingen in tegen Van der Meer en Eilering; het bestuur vroeg om royement omdat zij volgens hen de partij zou hebben beschadigd en lokale afdrachten stopzette.
In eerste instantie wees de integriteits- en royementscommissie (IRC), onder voorzitterschap van Marja van Bijsterveld, een royement af (advies van augustus 2024). De commissie concludeerde destijds dat rolonduidelijkheid binnen de afdeling een belangrijke oorzaak van het conflict was en stelde dat besluiten door de juiste gremia genomen moesten worden. Later, onder een nieuwe voorzitter (Daan Versteeg), adviseerde de IRC wél tot royement; het landelijk bestuur volgde dat advies.
Waar gaat het precies over? De argumenten die tot het tweede advies leidden omvatten: het blijven optreden als CDA-lid terwijl zij in een andere fractie zit; het maken van medecollega’s onveilig; het (vermeend) delen van interne informatie met journalisten; het niet betalen van lokale afdrachten; en contact zoeken met de werkgever van Van der Meer om te onderzoeken een anonieme, schadelijke brief. De Voor ontkent de meeste aantijgingen, zegt slechts de landelijke contributie te hebben betaald, en noemt de beschuldigingen “leugen op leugen”. Ze erkent wel dat zij contact opnam met de werkgever van Van der Meer om te vragen naar die anonieme brief, omdat ze naar eigen zeggen haar naam wilde zuiveren.
Een publiek hoogtepunt van de ruzie was een geladen raadsdebat over een integriteitsonderzoek (BING) in juni 2024, waarin De Voor via SLS-fractievoorzitter Dinie Mulder scherpe kritiek op Van der Meer liet uitspreken; hij noemde haar bijdrage onfatsoenlijk, maar gaf ook toe zijn woorden zorgvuldiger te hadden moeten kiezen.
Procedure en reactie: De Voor liet weten het niet eens te zijn met de wijze van behandeling door de IRC en kwam niet naar een hoorzitting op 23 september 2025 omdat ze volgens eigen zeggen geen beantwoording kreeg op haar vragen. Ze heeft inmiddels beroep aangetekend tegen het royementsadvies; als ze dat beroep wint zou ze mogelijk alsnog zelf haar CDA-lidmaatschap opzeggen. Landelijk partijvoorzitter Jean Wiertz gaf geen inhoudelijke reactie omdat de zaak loopt; een partijwoordvoerder verdedigt de zorgvuldigheid van de commissie.
Kortom: het conflict draait om interne rolverdeling, wederzijdse aantijgingen en procedurele onenigheid. De uitkomst van het beroep bepaalt of De Voor wordt geroyeerd en hoe de lokaal hoogoplopende breuk verder uitpakt in aanloop naar komende verkiezingen (De Voor staat bij maart als kandidaat voor de ELP).