Technologie en eigendomsverhoudingen veranderen. Maar de taak van de kunstenaar blijft hetzelfde, en noodzakelijk | LC commentaar
In dit artikel:
Nieuwe technologieën herschikken eigendom en macht in cultuursectoren, met nieuwe zorgen over wie bepaalt wat er gemaakt en gedistribueerd wordt. Zanger en liedjesschrijver Boaz Roelevink uit Harlingen heeft het geluk een contract bij Warner Music te hebben; bij een showcase van Warner tijdens Eurosonic Noorderslag in Groningen bleek echter hoe anders het landschap is: labels samenwerken met online startups als Chordify, Stager en Ticketswap — waarvan veel werknemers nauwelijks weten wat een traditionele platenmaatschappij precies is.
Die veranderende verhoudingen worden zichtbaar in het onrust rond Netflix’ plannen om Warner Bros. Discovery over te nemen. Hoewel Warner Music al langer losstaat van dat conglomeraat, illustreert de zaak dat de macht zich verplaatst naar techgedreven platformen. Die platforms werken extreem data-gericht, wat leidt tot vrees dat aanbod en inhoud daardoor veranderen — vergelijkbaar met hoe streamingdiensten als Spotify de gemiddelde lengte van liedjes hebben beïnvloed.
Data-analyse garandeert geen succes; ook Netflix produceert meer flops dan hits. Tegelijk jaagt winstmaximalisatie nog altijd op blockbusters en hits, waardoor makers — filmmakers, muzikanten — constant moeten balanceren tussen commercie en eigenheid. Voor wie dat niet wil, blijft de onafhankelijke scene een alternatief: minder budget, vaak meer artistieke controle.
Kritiek op grote platforms is reëel: lage vergoedingen voor makers en onverstandige investeringen (zoals bij Spotify en CEO Daniel Ek) roepen vragen op. Toch toont het snel verspreide protestlied van Bruce Springsteen over politiegeweld in Minneapolis dat politieke en artistieke urgenties via diezelfde platforms alsnog een publiek vinden. In korte: technologie verandert eigendom en macht, maar niet per se de wil van makers om te spreken.