Teameigenaar Sven Kramer werkt toe naar zijn eerste Olympische Spelen in nieuwe rol: 'Makkelijk gaat het nooit worden'
In dit artikel:
Sven Kramer, de 39-jarige Heerenvener die tijdens vijf Olympische Spelen uitgroeide tot de meest succesvolle Nederlandse schaatser (vier keer goud, twee keer zilver en drie keer brons), keert straks naar Milaan terug — niet als rijder maar als eigenaar van Team Essent. In een herfstachtig Amsterdam vertelt hij hoe hij na zijn afscheid in februari 2022 zijn plek in de schaatswereld heeft herontdekt en hoe die nieuwe rol zijn relatie met de sport heeft veranderd.
Kramer zegt de wedstrijddruk en het constante publieke oog van vroeger niet te missen; wat hij wél mist is het samentrainen en de kleedkamerhumor. Als teameigenaar zoekt hij die teamspirit terug en benadrukt hij dat succes nu alleen via samenwerking kan komen. Hij is zichtbaar gedreven en betrokken: hij fietst mee met trainingsritten, houdt de deur naar zijn kantoor open voor atleten en wil vooral vertrouwen en eerlijkheid binnen de ploeg stimuleren.
De afgelopen seizoenen vormden een uitdaging: Team Jumbo-Visma viel stil en werd daarna omgevormd tot Team Essent, met een traject waarin routiniers vertrokken en jeugdspelers werden ingebracht. Kramer erkent dat resultaten tijd kosten, maar ziet bevestiging in doorbraken zoals de onverwachte wereldtitel van Joep Wennemars op de 1000 meter. Zulke successen versnellen het proces en geven volgens hem aan dat de gekozen koers werkt, maar makkelijk wordt het niet.
Twee van zijn atleten — Angel Daleman en Suzanne Schulting — zijn polyvalent en zouden in Milaan zowel op de langebaan als bij shorttrack inzetbaar kunnen zijn. Kramer houdt beide opties open maar is realistisch: nationale concurrentie is groot en plaatsing is geen zekerheid. Hij gelooft dat zijn rol vooral bestaat uit geloof geven aan de rijders, vooral richting het olympisch kwalificatietoernooi eind december.
Over de teamspecialiteit ploegenachtervolging is Kramer duidelijk kritisch: de zwakkere prestaties zijn volgens hem een logisch gevolg van het Nederlandse systeem met commerciële ploegen, dat sterk inzet op individuele afstanden. Teams trainen minder met elkaar omdat ze commerciële concurrenten zijn, wat de samenhang voor teamonderdelen ondermijnt. Desondanks is hij optimistisch dat, mits sleutelrijders zoals Patrick Roest fit zijn, er met namen als Beau Snellink en Chris Huizinga een sterk team mogelijk is.
Kortom: Kramer is niet van het ijs verdwenen, maar heeft zijn schaatsambitie vertaald naar teamopbouw en beleid. Hij zet in op lange termijnontwikkeling, hands-on-leiderschap en het creëren van een omgeving waarin jonge talenten de tijd krijgen om te groeien — met Milaan als belangrijke tussenstap.