Te flexibel en te vast: de Nederlandse arbeidsmarkt is het nog steeds allebei | LC commentaar

dinsdag, 14 april 2026 (10:43) - Leeuwarder Courant

In dit artikel:

De Nederlandse arbeidsmarkt blijft verdeeld tussen te veel flexibiliteit en te veel vastigheid. Vorige week debatteerde de Tweede Kamer opnieuw over de Wet meer zekerheid flexwerkers, een wetsvoorstel dat flexwerkers duidelijkere werktijden en roosters moet geven, meer uitzicht op vaste contracten, het nulurencontract wil vervangen door een basiscontract met een minimumaantal uren en strengere regels oplegt aan uitzendbureaus.

Nederland heeft nog altijd het hoogste aandeel flexwerkers in Europa: volgens het CBS waren eind vorig jaar 2,7 miljoen werknemers in een flexibele arbeidsrelatie tegenover 5,6 miljoen met een vast contract — bijna een op de drie. Wetenschappelijk onderzoek waarschuwt dat die baanonzekerheid vooral bij jonge werknemers negatieve effecten heeft op mentale gezondheid en op levenskeuzes zoals het kopen van een huis of het stichten van een gezin.

Dat veel werkgevers ondanks de krappe arbeidsmarkt geen vaste contracten aanbieden, wordt vooral toegeschreven aan de juridische en financiële lasten voor werkgevers. Nederland kent een complex ontslagrecht en verplicht werkgevers tot loondoorbetaling tot twee jaar bij ziekte. Voor veel mkb’ers is dat risico te groot; in andere West-Europese landen duurt loondoorbetaling bij ziekte doorgaans slechts enkele weken. De lange duur in Nederland wordt verdedigd als prikkel voor goed werkgeverschap — preventie, oog voor werkdruk en re-integratie — maar werkt ook als motivatie om werknemers via flexibele schil te behouden.

De kernconclusie: het aandeel flexwerkers blijft te hoog, maar vaste contracten hebben ook nadelen. Voor een gezondere arbeidsmarkt is volgens de redactie van de Leeuwarder Courant vereist dat zowel beleidsmakers als werkgevers bereid zijn compromissen te sluiten zodat bescherming van werknemers en ondernemingszekerheid beter in balans komen.