Stuk steen zo groot als twee bussen vloog gister door de atmosfeer. Sterrenkundige Theo legt uit
In dit artikel:
Zondagavond trok een spectaculaire vuurbol over de Nederlandse lucht; RUG‑sterrenkundige Theo Jurriëns verklaart dat het om een stuk steen uit de ruimte ging. De aarde kruist voortdurend paden van brokstukken, en wanneer zo’n steen de atmosfeer binnendringt wordt hij afgeremd en grotendeels weggebrand — ongeveer 90 procent verdwijnt doorgaans. Dit object was echter relatief groot: vóór de atmosfeerinnestroom schat Jurriëns de omvang op ongeveer die van twee Arriva‑bussen, waardoor er wél brokstukken overbleven. Een fragment is in Duitsland terechtgekomen.
Terminologie: aan de hemel heet het een meteoor (in de volksmond vallende ster); is het uitzonderlijk helder, spreken we van een vuurbol; pas wanneer materiaal op de grond wordt gevonden, noemen we het een meteoriet. Zulke felle verschijnselen komen maar eens in enkele jaren voor — Jurriëns denkt terug aan een vergelijkbare gebeurtenis op 13 oktober 2009 — en de laatste meteorietvondst in Nederland dateert volgens hem van 1990 (Glanerbrug).
Jurriëns zelf miste de waarneming omdat hij op een Duits Waddeneiland zat. Hij benadrukt dat dit type gebeurtenis moeilijk te voorspellen is; afvallende satellieten en ander ruimtepuin gedragen zich anders (ze zijn veel langer zichtbaar en worden nauwkeurig gevolgd, zodat waarschuwingen mogelijk zijn). Deze vuurbol was een toevallige ontmoeting met natuurlijk steenpuin uit de ruimte.
Achtergrond: het terugvinden van meteorieten is van wetenschappelijke waarde omdat ze informatie geven over de samenstelling en geschiedenis van het zonnestelsel.