Strijd om verhuizing van Poiesz in Koudum bereikt de rechtbank: 'Wij willen de dorpskern beschermen'
In dit artikel:
Jurist Jacob Leenstra voerde woensdag in de rechtbank in Groningen een spoedprocedure om de vergunningen voor de verhuizing van supermarktketen Poiesz in Koudum voorlopig te laten schorsen. Het conflict draait om het plan van Poiesz om de huidige vestiging aan de Hoofdstraat in het dorpscentrum te verplaatsen naar een grotere, modernere locatie aan de Tjalke van der Walstraat aan de rand van Koudum, met meer parkeerruimte.
Tegenstanders — zichtbaar geweest in een 2023 gestartte petitie met circa 2.500 handtekeningen — vrezen dat het vertrek van Poiesz uit de kern van het dorp de trek naar de Hoofdstraat zal wegnemen en zo de levendigheid van de winkelstraat en bestaande detailhandel zal ondermijnen. Leenstra trad in de zitting op namens de eigenaar van ’t Kofjehûske en stelde dat hij ook namens winkeliers spreekt die zich uit voorzichtigheid niet als partijen melden. Hij betoogde dat de gemeente Súdwest-Fryslân onvoldoende onderzoek deed naar de effecten van de verhuizing en dat de verleende vergunningen in strijd zijn met het gemeentelijk beleid dat het kernwinkelgebied moet beschermen. Leenstra verwees naar een rapport van Polyfern uit 2023 dat waarschuwt voor een ‘mogelijke sterfhuisconstructie’ als een supermarkt het centrum verlaat.
Gemeente en Poiesz bestreden die stelling. Zij wijzen op een onderzoek door adviesbureau BRDG dat volgens hen aantoont dat een moderne supermarkt nodig is om voorzieningen in Koudum te behouden en niet automatisch tot leegstand in het centrum leidt. Poiesz’ advocaat en directeur benadrukten dat de nieuwe locatie is gekozen vanwege bereikbaarheid en dat het oude winkelpand snel weer ingevuld kan worden; ParfumDeo.nl, een lokaal snelgroeiend webshopbedrijf, staat als mogelijke huurder in beeld voor een winkel, afhaalpunt en opslag in het oude pand. Tegenstanders vrezen juist dat die invulling vooral magazijnfunctie krijgt en minder loopkundigheid oplevert.
Tijdens de zitting vroeg de rechter kritisch naar de feitelijke onderbouwing van Leenstra’s claims en naar namens wie hij procedeerde. Leenstra gaf aan dat niet elk feit door formeel onderzoek hoeft te worden aangetoond, en noemde praktische voorbeelden (zoals toeristen van een lokale camping die niet ver zullen lopen). Poiesz en de gemeente zetten vraagtekens bij de relevantie van het Polyfern-rapport en wezen op verschillen in focus (woningbouw vs. detailhandel).
Poiesz vroeg de rechter tegelijk uitspraak te doen in de spoedzaak en de bodemzaak om verdere vertraging van de verhuizing te voorkomen. De uitspraak wordt binnen twee weken verwacht. Contextueel past de zaak in een breder onderwerp in Nederland: de spanning tussen modernisering van supermarkten met autovriendelijke locaties en de wens om vitale, winkelstraatgerichte dorpskernen te behouden.