Strauss-walskes en Sissi-romantyk op nijjiersdei

zondag, 4 januari 2026 (21:29) - Friesch Dagblad

In dit artikel:

De Weense Philharmoniker blazen elk jaar het beroemde Nieuwjaarsconcert; het is intussen evenveel society-evenement als muziekvoorstelling. Abe de Vries schrijft dat hijzelf weinig gevoel heeft voor de eindeloze Strauss-walsen, maar erkent de bedoeling: een opgewekte, nostalgische sfeer oproepen. Voor de fijnproevers aan de top zijn de kaartprijzen torenhoog — van gewone plaatsen (circa €35–€1.200) tot VIP-tickets van ongeveer €6.500 — wat het concert vooral tot een netwerkmoment voor de Weense elite maakt.

De auteur haalt muziekgeschiedenis aan: de edities van 1989 en 1992 onder Carlos Kleiber zijn hem nog bij, Riccardo Muti dirigeerde vorig jaar en dit jaar staat Yannick Nézet-Séguin op de bok. Toch weegt dat niet op tegen zijn kritiek dat zo’n evenement eerder een selfies-show en society-spektakel is dan een noodzakelijke culturele investering.

De Vries verbindt de luxueuze kant van het Nieuwjaarsconcert aan de moeilijke realiteit van jonge klassieke musici. Tienduizenden getalenteerde spelers werken jarenlang — tienduizenden oefenuren — om een beroepsbestaan op te bouwen. Een vaste baan in een orkest is de veiligste route; het oprichten van een klein ensemble, zoals zijn zoon Tim die een strijkkwartet begon, is riskant: sterke concurrentie, internationale verplichtingen naast studie, hoge onderhoudskosten van topinstrumenten en de noodzaak dat vier mensen langdurig samen blijven werken.

Conservatoria faciliteren vaak eigen kwartetten via contacten en tours, maar vergoedingen zijn vaak laag (bijvoorbeeld rond €130 per persoon bij ceremoniële optredens) en festivals betalen soms nog minder. De Vries pleit er uiteindelijk voor om meer middelen te richten op makers die echt artistiek risico nemen: steun moet volgens hem meer naar de kunst gaan dan naar glans en status.