Strateeg Arie Teeuw (70) laat bij bezuinigingen de kalkoen niet het kerstmenu maken. 'Gemeenten blijven in gevarenzone zitten'
In dit artikel:
Arie Teeuw (70) is een kleurrijke, uitgesproken financieel strateeg die al jarenlang gemeenten door lastige begrotingsperikelen loodst. Bekend van zijn boek Komt een man bij de gemeente (tweede druk), begeleidde hij gemeenten in onder meer Drenthe en Groningen — zoals Assen, Midden-Drenthe en Veendam — en heeft hij naar eigen zeggen al voor ruim 150 miljoen euro aan bezuinigingen gerealiseerd. Zijn stijl combineert confronterende vragen en nuchter boerenverstand met zelfspot en humor: hij zet bestuurders soms op het matje, maar wil vooral inhoudelijke keuzes afdwingen.
Context en urgentie: hoewel het directe dreigingsjaar voor gemeentefinanciën (het gevreesde ‘ravijnjaar’ 2026) op korte termijn is afgezwakt en de gemeenteraadsverkiezingen op 18 maart spelen, verschuift de échte knelpuntperiode naar 2028 wanneer tijdelijke buffers wegvallen en structurele tekorten opnieuw opduiken. Teeuw waarschuwt dat gemeenten daardoor structureel “in de gevarenzone” blijven.
Werkwijze en overtuigingen: Teeuw start altijd bij de organisatie zelf: “begin bij jezelf” is zijn leidraad. Hij brengt ambtelijke patronen, managementlagen en processen in kaart — het kwam zelfs voor dat een gemeente moest uitzoeken hoeveel leidinggevenden ze had — en stelt harde vragen over nut en doelmatigheid van functies. Zijn bezuinigingsaanpak draait om vergelijkbaar maken van producten in de begroting via een ‘slimme bezuinigingsscan’ en vervolgens keuzes maken als in een huishouden: prioriteren, schrappen of anders organiseren. Voorzietingen met breed maatschappelijk draagvlak, zoals kinderboerderijen, laat hij vaak ongemoeid; hogere OZB ziet hij als allerlaatste redmiddel.
Beelden en metaforen: Teeuw gebruikt veel levendige beelden om financiële misstanden aan te wijzen — van de ‘kalkoenmethode’ (ambtenaren niet vragen over hun eigen banen te beslissen) tot de ‘kaaswinkeltjesmethode’ als alternatief voor de mythische kaasschaaf: soms zijn grote sneden nodig, soms kleine, en soms schrappen van hele producten. Ook waarschuwt hij dat uitbesteden of schaalvergroting niet per definitie kosten bespaart; fusies en gemeenschappelijke regelingen blijken in de praktijk vaak duur of onoverzichtelijk.
Praktisch en menselijk: zijn achtergrond als jongerenwerker — hij boekte in de jaren tachtig onder andere Doe Maar — verklaart de aandacht voor de menselijke kant van bezuinigingen. Teeuw erkent dat bezuinigen pijn doet en banen kunnen verdwijnen; hij weigert dit te bagatelliseren en noemt het de harde tegenhanger van beleidskeuzes. Tegelijk pleit hij voor transparantie, zelfkritiek en bestuurlijke moed als voorwaarden om te saneren zonder maatschappelijke verontwaardiging.
Loopbaan en toekomst: woonachtig in Velp en voorzitter van de Rekenkamer in Hoogeveen, blijft Teeuw nog actief maar kondigde aan dat hij binnen twee jaar stopt met advieswerk na afloop van voorzitterschappen bij rekenkamers. In zijn vrije tijd speelt hij competitief bridge en overweegt hij mogelijk nog een proefschrift te schrijven.
Kernboodschap: met zelfkritiek, heldere vergelijkingen en moedige keuzes kunnen gemeenten zuiniger en effectiever worden zonder onnodig politieke en maatschappelijke schade — mits men niet de kalkoen het kerstmenu laat samenstellen.