Steeds meer jongvolwassenen met kanker. 'Ik ging nadenken over wat voor mij echt belangrijk is'

zaterdag, 11 april 2026 (08:00) - Friesch Dagblad

In dit artikel:

Sygrid Nijman–van ’t Zet uit Leeuwarden, toen 39 en doktersassistente, ontdekte in juni 2021 een grote knobbel in haar linkerborst. Na een second opinion in het Antoni van Leeuwenhoek bleek het te gaan om DCIS graad 3, een agressief voorstadium van borstkanker. Om te voorkomen dat de ziekte zou uitgroeien en zich verspreiden, liet ze haar borst amputeren en kreeg ze een siliconenprothese. De diagnose sloeg hard toe: ze herinnerde zich het uitzicht op haar kinderen en voelde direct de dreiging van verlies.

Haar ervaring illustreert waarom het AYA Fonds deze week extra aandacht vraagt voor jongvolwassenen met kanker. Jongvolwassenen (18–39 jaar) zitten vaak aan het begin van studie, werk, relaties en kinderwensen; een diagnose zet die plannen abrupt op losse schroeven en kan langdurige gevolgen hebben voor zowel carrière als privéleven. Volgens het Integraal Kankercentrum Nederland (IKNL) waren er op 1 januari vorig jaar 69.000 jongvolwassenen die in de afgelopen twintig jaar kanker kregen en nog in leven zijn, tegen 51.000 in 2009. Die stijging komt doordat meer patiënten overleven én omdat er vaker kanker bij jongvolwassenen wordt vastgesteld.

Voor Nijman–van ’t Zet, moeder van drie kinderen (toen 12, 10 en 6), betekende openheid binnen het gezin steun en rust: ze deelde alles met de kinderen en kon rekenen op een groot netwerk van familie en vrienden. Praktische hulp – zoals schoonouders die op de kinderen pasten zodat haar man bij haar kon zijn – maakte het draaglijker. De emotionele last bleek echter zwaarder dan het fysieke herstel; het wachten op uitslagen en de voortdurende onzekerheid ervoer ze als slopend. Zoals ze het verwoordt: “Je zit plotseling op een trein die maar door blijft razen.”

De ziekte bracht ook ingrijpende herwaarderingen: zij zette werkuren anders in, volgde poëziecursussen en kreeg met haar partner nieuw perspectief op hun relatie; ze trouwden alsnog. Haar advies aan omgeving en lotgenoten is praktisch en simpel: mensen met kanker niet mijden, praten of hulp aanbieden — een maaltijd of kinderopvang kan veel betekenen.

Kortom: de toename van jongvolwassenen met (voorstadia van) kanker vraagt niet alleen aandacht voor medische behandeling, maar ook voor psychosociale ondersteuning, carrièreadvies en concrete hulp binnen gezinnen om de impact op levensloop en toekomstplannen te beperken.