Steeds meer homohuwelijken, vooral tussen vrouwen

maandag, 30 maart 2026 (06:43) - Friesch Dagblad

In dit artikel:

Nederland telt 25 jaar na de wettelijk erkenning van het homohuwelijk ongeveer 25.000 gehuwde paren van hetzelfde geslacht, zo blijkt uit cijfers van het CBS. Het gaat om circa 13.000 vrouwenparen en 12.000 mannenparen. In Fryslân is Leeuwarden koploper met naar schatting 18–21 gelijkgeslachtelijke huwelijken per duizend inwoners; ook Weststellingwerf, Súdwest-Fryslân en Harlingen scoren relatief hoog (15–18 per duizend). De laagste aantallen worden gevonden in delen van Noordoost-Fryslân en in gemeenten als Smallingerland, Achtkarspelen, Dantumadiel en Noardeast-Fryslân; de Waddeneilanden zijn niet in de analyse meegenomen.

In het eerste jaar na legalisatie (2001) trouwden ongeveer 600 mannenparen en 500 vrouwenparen; die stellen vieren nu hun 25-jarig huwelijk. Al na een paar jaar waren vrouwen in de meerderheid onder de gehuwden van hetzelfde geslacht, een trend die sindsdien aanhoudt. De afgelopen vijf jaar kwam het gemiddelde uit op zo’n 900 huwelijken per jaar tussen vrouwen en 750 tussen mannen, hoger dan in de periode 2016–2020 (rond 750 respectievelijk 600 per jaar). Er was een terugval tijdens de coronapandemie, maar sindsdien zijn de aantallen weer toegenomen — een ontwikkeling die ook bij heterohuwelijken te zien is.

Ook het aantal ouderkoppels van hetzelfde geslacht is sterk gegroeid: sinds 1995 is dit zes keer zoveel geworden. Van die koppels bestaat circa 90 procent uit twee vrouwen en 10 procent uit twee mannen. Net als bij gehuwde paren concentreren deze ouderparen zich vooral in stedelijke regio’s (vooral Amsterdam, Haarlem en Arnhem–Nijmegen), terwijl Zuidwest- en Zuidoost-Fryslân en Zeeland relatief weinig ouderkoppels hebben.