Staten houden vast aan 60 procent lokaal eigendom bij wind- en zonneparken én energieopslag
In dit artikel:
De Friese Staten handhaven de in 2022 vastgelegde eis dat minimaal 60% van wind- en zonneparken lokaal eigendom moet zijn. Een amendement van GrienLinks en de PvdD om die harde resultaatverplichting te versoepelen naar een inspanningsverplichting werd verworpen, ondanks steun van gedeputeerde Sijbe Knol (FNP).
GrienLinks-fractievoorzitter Charda Kuipers en PvdA’er Daan Olivier waarschuwden dat de provincie juridisch beperkt is door de Omgevingswet en Energiewet: die bieden vooral ruimte voor inspanningen van ontwikkelaars, niet voor afdwingbare uitkomsten. Olivier zei dat de kwestie uiteindelijk bij de Raad van State kan stranden als gemeenten en provincie vasthouden aan een onhaalbare norm. Tegenstanders — onder meer BBB, CDA, VVD en PVV — keurden het amendement af. Zij willen vasthouden aan het signaal dat opbrengsten in de regio moeten blijven en vrezen dat een inspanningsverplichting te vrijblijvend is.
Het debat hing samen met een voorgenomen aanpassing van de Omgevingsverordening uit 2022. Gedeputeerde Staten willen de 60%-norm ook toepassen op opkomende energieopslagsystemen (batterijen) en stimuleren dat nieuwe windprojecten bij bedrijventerreinen worden geconcentreerd. Knol erkende dat de praktijk laat zien dat de 60%-eis moeilijk afdwingbaar is.
Ook stiltegebieden kwamen ter sprake: GS wil in totaal minder stiltegebieden, maar een Statenmeerderheid vond dat het nog verder beperkt kan worden. Op voorstel van JA21-lid Ronald Oenema wordt nu onderzocht welke stiltegebieden redelijkerwijs afgeschaft kunnen worden; gedeputeerde Knol benadrukte dat geen dorpen of de Waddeneilanden in gevaar zijn.