Spruitjes met sambal: expositie zet Indische Leeuwarders in het licht
In dit artikel:
In het Historisch Centrum Leeuwarden loopt een expositie over de ongeveer driehonderd Nederlands-Indische gezinnen die tussen 1945 en 1968 in Leeuwarden een nieuw leven opbouwden. Oude kisten en koffers, foto’s, documenten en persoonlijke bezittingen illustreren de wekenlange bootreizen naar Nederland en de praktische en emotionele ontwrichting die daarmee gepaard ging.
Tussen 1945 en 1968 arriveerden naar schatting 350.000 mensen uit voormalig Nederlands‑Indië in Nederland. Velen hadden Nederland nooit eerder gezien; de onafhankelijkheidsstrijd onder Soekarno maakte dat zij zich in Indonesië niet langer veilig of gewenst voelden. Aanvankelijk werden repatrianten – een term die gekozen werd om ze als terugkerenden te presenteren in plaats van vluchtelingen – vaak ondergebracht in hotels, pensions of in voormalige kampen zoals Westerbork. Met een landelijk spreidingsplan werden gezinnen later over gemeenten verdeeld; in Leeuwarden kwamen circa driehonderd, vaak grote, gezinnen terecht.
De expositie, onderdeel van het project Familienberichten en mede geïnspireerd door Henk de Vries’ recente boek Was Friesland het beloofde land? – Indische Nederlanders op drift 1945-1968, belicht zowel collectieve processen als individuele levensverhalen. De Vries, schrijver en stadsgids, vertelt over de wisselende ontvangst in Fryslân: op sommige plekken warm, op andere afstandelijk. Een foto van De Vries als zevenjarige met zijn Friese buurjongen symboliseert de dagelijkse ontmoetingen en wederzijdse invloed, bijvoorbeeld op culinair vlak: door de buurt leerde zijn moeder gerechten als nasi goreng bereiden.
Ook persoonlijke portretten komen aan bod, zoals dat van Otto von Ende, wiens ouders in 1959 naar Leeuwarden kwamen. Zijn vader, afstammeling van een negentiende-eeuwse Duitser in Indonesië, werkte in een palmoliefabriek en zat als krijgsgevangene gevangen; over zulke ervaringen werd thuis vaak gezwegen. Von Ende vat de mentaliteit samen als “niet klagen, maar door”: terugkeerend in eenvoud opnieuw beginnen en doorwerken om een plek in de samenleving te veroveren.
De tentoonstelling belicht daarnaast de culturele nalatenschap van de Indische gemeenschap in Nederland: gerechten als nasi goreng, bami goreng, gado gado en saté zijn inmiddels ingeburgerd in veel Nederlandse huishoudens. Het verhaal van de Indische Nederlanders heeft lang weinig publieke aandacht gekregen; de expositie is onderdeel van een bredere herwaardering en open bespreking van deze migratiegeschiedenis.
Praktische informatie: de expositie Spruitjes met sambal is tot en met 2 mei in het HCL te zien en is gratis toegankelijk. Ter context vermeldt de presentatie ook de komst van ruim 12.000 Molukse mensen in 1951, voornamelijk militairengezinnen, en herinnert aan plekken als kamp Fochteloo en kamp Oranje, waar hen tijdelijk onderdak werd geboden.