Sportclubs willen grotere rol in Smallingerland: 'Stek in euro yn de sport en krijst der 3 euro foar werom'

donderdag, 12 maart 2026 (18:57) - Leeuwarder Courant

In dit artikel:

Op een koude maartavond op het voetbalveld van ONT in Opeinde leidt de 20‑jarige Jort Tibbesma jeugdteams met evenveel hartstocht voor ontwikkeling als voor sportprestaties. Tibbesma besteedt bijna fulltime‑uren aan training en ziet de club als plek waar kinderen vriendschappen sluiten, mentaal opbloeien en vaardigheden leren die verder reiken dan winnen of verliezen. Zijn verhaal illustreert waarom lokale verenigingen in Smallingerland voor veel inwoners onmisbaar zijn — en tegelijk kwetsbaar.

Veel sportclubs in de gemeente kampen met stevige financiële druk. Oorzaken zijn vooral stijgende energieprijzen, hogere salariskosten, stijgende zaalhuur en toenemende onderhouds- en duurzaamheidsverplichtingen. Zaalverenigingen betalen zulke hoge huurtarieven dat sommige teams al twee winters geen binnenlocatie meer konden gebruiken; ouders stappen dan soms zelf in om een ruimte te huren, maar dat leidt tot extra kosten die niet voor iedereen betaalbaar zijn. Voor kinderen uit minder draagkrachtige gezinnen helpt het Jeugdfonds Sport en Cultuur deels, maar clubs melden dat die steun vaak tekortschiet en talenten afhaken omdat extra trainingen of materialen onbetaalbaar worden.

Concreet voorbeeld: hockeyclub De Graspiepers liet ouderen en jeugd de afgelopen winter zelf locaties regelen; kosten van circa 35 euro voor vijf trainingen zijn voor veel leden nog te doen, maar voor anderen een drempel. Turnvereniging DGC in Drachten kampt met beperkte faciliteiten: talenten trainen in drukke zalen en soms in gangen, en de vereniging verlangt al jaren een eigen turnhal om groei en topontwikkeling mogelijk te maken. Bestuursleden spreken van een “plafond” aan mogelijkheden door gebrek aan ruimte en betaalbare zaaluren.

Daarnaast liggen er beleidskwesties die clubs raken. In 2006 werden veel accommodaties geprivatiseerd, waarna verenigingen zelf eigenaar en onderhoudsplichtig werden; de meegegeven reserves zijn grotendeels opgesoupeerd. Nieuwe heffingen en bijdragen, zoals voor een recent Ondernemersfonds en een nieuwe rioolheffingsmethodiek, verhogen de lasten. Na een stevige lobby stelde de gemeenteraad invoering van die rioolheffing uit en werd compensatie toegezegd, maar details ontbreken nog. Ook het verplichte energielabel C en andere duurzaamheids- en milieu-eisen betekenen flinke investeringen voor verenigingen.

Tussen gemeente en Sportbedrijf Drachten speelt onduidelijkheid over verantwoordelijkheden: verenigingen voelen dat uitvoering en financiering van beleid heen en weer worden geschoven. De directeur van het Sportbedrijf wees eerder op inflatie en loonstijgingen als belangrijke kostenfactoren en meldde beperkte extra subsidiemogelijkheden; daardoor bleef verhoging van tarieven voor zaalhuur onvermijdelijk.

Er zijn wel tegenkrachten en steunmaatregelen. Het Sportakkoord heeft de samenwerking tussen gemeente, zorg- en onderwijsinstellingen, maatschappelijke organisaties, het Sportbedrijf en verenigingen verbeterd. De gemeente besteedt ruim 80.000 euro per jaar aan een Sportfonds voor volwassenen die zelf geen contributie kunnen betalen, en er is een verenigingsmanager die besturen ondersteunt. Voorbeelden van succesvolle initiatieven zijn het zomeravondvoetbal van ONT: in vier weken trokken 20 avonden samen 1.400 kinderen, en dergelijke evenementen tonen het preventieve gezondheids- en sociale belang van sport.

Politiek staat sport hoog op de agenda van vrijwel alle partijen: voorstellen variëren van kosteloze deelname voor kinderen (ChristenUnie, SP), integraal huisvestingsbeleid en vrijstelling van gemeentelijke belastingen (CDA), meer buurtsportcoaches en uitbreiding van het Sportfonds (D66), tot belastingvoordelen voor zelfbeheer (ELP) en betrokkenheid van verenigingen bij nieuw beleid (VVD). De meeste partijen benadrukken het belang van preventie en het behouden van een breed, toegankelijk verenigingsleven.

Bestuurders en vrijwilligers waarschuwen dat het tij keert als er niet proactief beleid komt: stijgende contributies, minder trainingsuren en wegvallende faciliteiten kunnen leiden tot dalende deelname, verlies van talent en hogere maatschappelijke kosten op langere termijn. Zij pleiten voor gerichte gemeentelijke steun, herberekening van oudere afspraken (zoals die uit 2006), lagere zaaluren of structurele financiële tegemoetkomingen om clubs leefbaar en inclusief te houden.

Kort samengevat: verenigingen in Smallingerland leveren belangrijke sociale en preventieve functies, maar kampen met een combinatie van stijgende lasten en uitgeputte reserves. Lokale politiek en beleid lijken gevoeliger voor die problematiek dan voorheen, maar vrijwilligers roepen op tot sneller, gerichter optreden om het voortbestaan en de toegankelijkheid van het verenigingsleven te waarborgen.