Sonny Rollins | Column Joost Oomen

vrijdag, 29 mei 2026 (17:12) - Leeuwarder Courant

In dit artikel:

Jazzicoon Sonny Rollins, die deze week op 95‑jarige leeftijd overleed, verdient volgens schrijver Joost Oomen aandacht ook van wie geen liefhebber van jazz is. Rollins was niet alleen een invloedrijk tenorsaxofonist met opnames die wereldwijd in kroegjes en op podia klonken, maar ook een voorbeeld van volharding en zelfverbetering. In de jaren vijftig zat hij meerdere keren in de gevangenis, worstelde met heroïneverslaving en liet zich in 1955 opnemen voor behandeling met het destijds experimentele methadonmiddel. Na zijn ontwenningskuur volgden enkele van zijn beroemdste platen, maar Rollins bleef kritisch op zijn eigen spel.

In 1959 trok hij zich twee jaar terug van het podium om onafgebroken te oefenen — niet thuis maar op een metrobrug tussen Brooklyn en Manhattan — soms tot vijftien, zestien uur per dag. Die discipline diende als voorbereiding op zijn terugkeer en leidde tot decennia van optredens wereldwijd, van Helsinki tot Kaapstad; hij speelde zelfs de dag na de aanslagen van 11 september toen hij zijn huis haastig moest verlaten met alleen zijn saxofoon. Ook trad hij in 2009 nog op in de Oosterpoort in Groningen, een concert dat de auteur persoonlijk miste.

Oomen gebruikt Rollins’ leven als voorbeeld van wat kunst voor mensen kan betekenen: de mogelijkheid om uit wanhoop iets moois te destilleren, met ziel en bevlogenheid die volgens hem niet te vangen is in algoritmisch gegenereerde muziek. Terwijl platforms als Spotify inzetten op AI-remixes, benadrukt hij dat die menselijke geschiedenis, worsteling en toewijding in de lijnen van Rollins’ spel hoorbaar blijven en kunst waardevolle hoop kunnen geven.