Soms heb je een experiment nodig om te weten: een apolitieke premier, dat werkt niet
In dit artikel:
In 2024 trad niet de lijsttrekker van de grootste regeringspartij aan als premier, maar partijloos topambtenaar Dick Schoof — een experiment dat volgens het artikel niet succesvol was en niet herhaald moet worden. Schoof, die zijn hele carrière achter de schermen werkte en zichzelf als ambtenaar aanduidde met de afkorting “mp”, bleef ook als premier in die rol: adviserend, procesbegeleidend en terughoudend in zichtbaar politiek leiderschap.
Het gebrek aan politieke rugdekking werd tastbaar tijdens de Voorjaarsnota: fractievoorzitters van PVV, VVD, NSC en BBB stelden die achter de schermen samen zonder Schoof, die buiten de beraadslagingen moest wachten. Schoof miste het mandaat om actief koers te bepalen of coalitieconflicten te beslechten — hij was niet gekozen, leidde geen partij en had geen reputatie als publieke politiek strateeg. Een uitzondering vormde zijn eenzame besluit om financiële steun aan Oekraïne door te drukken, deels ingegeven door zijn betrokkenheid bij de MH17-afhandeling sinds 2014.
Het artikel plaatst dit tegen de achtergrond van het veranderde premierschap: waar het ooit primus inter pares was, is de functie nu duidelijk politiek en sturend — in Europa wordt de premier zelfs regeringsleider genoemd. Topambtenaren worden wel vaker minister, maar het voorzitterschap van Algemene Zaken vereist politieke ervaring, zichtbaarheid en het vermogen om beleid te verdedigen. Schoof had die kwaliteiten niet in de politieke arena, waardoor het experiment met een apolitieke premier faalde. Conclusie: de ervaring toont dat een partijloze topambtenaar zonder electoraal mandaat geen geschikte premiervoor Nederland is.