Sociale media zijn hun naam niet waard; overheid moet het gevaar ervan onderkennen
In dit artikel:
De recente rellen in Belfast en andere onlusten in Groot-Brittannië laten zien hoe onjuiste en opgeklopte berichten online gemakkelijk uitgroeien tot gevaarlijke, racistische drift. In Belfast ontstond de onrust nadat een Soedanese migrant een zorgmedewerker had neergestoken; eerder leidde een steekincident door een Sikh en de daaropvolgende misleiding door de politie tot vergelijkbare spanningen. Nabestaanden riepen om kalmte, maar op sociale netwerken werden de gebeurtenissen uitvergroot en benut door extreemrechtse activisten en prominente politici zoals Nigel Farage — en ook door X-eigenaar Elon Musk, die de reacties op het platform speelde.
Wat ooit 'sociale' media heetten, werken steeds vaker averechts: platforms stimuleren asociaal gedrag, normaliseren schelden en haat en beïnvloeden zo omgangsvormen in het echte leven — van straat tot parlement en zelfs naar hulpverleners. Regulering blijft achter bij die snelle ontwikkeling. De EU heeft inmiddels instrumenten zoals de Digital Services Act en een gedragscode tegen haatzaaien, maar handhaving stuit op rechtszaken, beperkte impact van boetes en de enorme middelen van Big Tech-eigenaars, wat voldoende afschrikking in de weg staat.
Het Britse kabinet wil wetten aanscherpen; nationale en Europese overheden worden opgeroepen duidelijk te blijven maken wat acceptabel gedrag is en zelf het goede voorbeeld te geven. Ambtenaren adviseerden zelfs dat bewindslieden beter van X kunnen blijven, omdat dat platform desinformatie en schadelijke content faciliteert. Effectieve moderatie, steviger handhaving en leiderschap op publieke podia zijn volgens de redactie noodzakelijk om de ontwrichtende dynamiek van online woede in te dammen.