Skriuwster Ypk fan der Fear rêde it libben fan Joadske Joseph Grajer
In dit artikel:
Vanaf januari 1944 boden de schrijfster Lipkje Beuckens (1908–1983), beter bekend onder haar pseudoniem Ypk fan der Fear, en haar man Wiggle Post in Feanwâlden onderdak aan een Joodse onderduiker: de kleermaker Joseph (Jozef) Grajer uit Amsterdam. Het gezin Post–Beuckens woonde decennialang in Feanwâlden, in het huis ‘Petit Sans Souci’ (Stinswei 9), vlakbij de Schierstins en tegenover het Talmahûs waar Duitse soldaten gelegerd waren — waardoor de schuilplaats onder grote risico’s stond. Grajer had aanvankelijk in Drents bosgebeid ondergedoken gezeten en werd vervolgens door Wiggle per tram opgehaald en in het Post‑gezin ondergebracht.
Ypk fan der Fear verwerkte die ervaringen in 1970 tot de roman Ien lyk minder. De hoofdpersoon is een naamloze vrouw uit een klein Frysk dorp die, naast haar werk als kleermaakster en het zorgen voor twee jonge kinderen, een Joodse schuilgast op zolder houdt. De vertelling wisselt van een alwetend begin (over de razzia’s in Amsterdam) naar een ik‑perspectief waarin het dagelijks leven onder bezetting wordt geschetst: de angst om ontdekt te worden, de inkwartiering van Duitse militairen, het luisteren naar Radio Oranje, en concrete gebeurtenissen zoals executies in Noordoost‑Friesland. De onderduiker — in de roman Simon geheten — werkt mee als kleermaker; zijn aanwezigheid veroorzaakt spanningen, kleine irritaties en voortdurende risico’s voor het hele huishouden.
Wat de roman volgens literatuurkenner Jelma Knol en recensent Hanneke Hoekstra bijzonder maakt, is de sobere, chronologische stijl en vooral de psychologische verdieping: de vertelster worstelt met haar motieven. Haar handelen is deels religieus gemotiveerd — zij komt uit een strenggereformeerde achtergrond — maar vooral ook gedreven door mededogen en een behoefte aan erkenning voor haar daden. Die dubbelheid, evenals haar reflecties op heldendom en anonimiteit, geeft het boek morele complexiteit. De keuze om de hoofdrolspeelster onbenoemd te laten leest ook als een bewuste reactie op de manier waarop verzetsvrouwen in officiële geschiedschrijving vaak anoniem of als hulpje worden afgebeeld.
Ien lyk minder bevat ook geconstrueerde “spiegelmomenten”: scènes van gruwelijke onderdrukking (zoals volzette bunkers en vermoorde gevangenen) worden tegenover kleine, alledaagse reddingsacties gezet. De roman toont bovendien moderne trekken in de omgang met vernedering en samenwerking: dorpelingen en sommige Duitse soldaten blijken niet eenduidig slecht. Uiteindelijk loopt het motief van „één leven redden” goed af voor ten minste een kind, maar de onderduiker raakt zwaar gewond.
Historische aanvullingen in het artikel geven het persoonlijke drama van Grajers familie weer: zijn ouders en meerdere familieleden werden in mei 1943 vanuit Amsterdam gedeporteerd en vermoord in Sobibor. Na de oorlog trouwde Jozef Grajer in juli 1945 met Cornelia Hertroys, ook actief in het verzet; het paar vestigde zich met een kleermakerij in Amsterdam‑Oud‑West. Lipkje Post‑Beuckens en Wiggle Post kregen postuum een onderscheiding van Yad Vashem voor hun hulp.
Ypk fan der Fear (Lipkje Beuckens) had in haar literaire loopbaan meer bekendheid verdiend dan ze vaak kreeg; haar historische romans en gedichten oogstten waardering en in 1979 kreeg ze de Gysbert Japicxspriis. De recensent pleit ervoor Ien lyk minder opnieuw te publiceren, in moderne spelling: het boek biedt naast een persoonlijk oorlogsverslag ook literaire en ethische reflecties die relevant blijven. Het huis waar de gebeurtenissen plaatsvonden is onlangs verkocht; hopelijk herinneren de nieuwe bewoners zich de bijzondere geschiedenis van die plek.