Simon Abrehaley (20) uit Sneek plots mee met nationale ploeg Eritrea. 'Zoiets verwacht je nooit als amateurvoetballer'
In dit artikel:
Simon Abrehaley, 20-jarige rechtsbuiten van ONS Sneek, is voor het eerst opgeroepen voor het nationale elftal van Eritrea. Begin maart kreeg hij ineens een mail van de Eritrese voetbalbond met de mededeling dat hij zich in Marokko moest melden voor de training van bondscoach Hesham Yakan, ter voorbereiding op twee Afrika Cup-kwalificatiewedstrijden tegen Eswatini.
Abrehaley, geboren in 2006 in Kudo‑Felasi bij Asmara, voelt zich sterk verbonden met Eritrea. Zijn ouders vluchtten toen hij acht was; na een periode in Israël kwamen zij naar Nederland en twee jaar later volgden hij en zijn zus naar Friesland. Voor hem persoonlijk betekent de oproep daarom veel: als amateurvoetballer had hij niet verwacht ooit zijn geboorteland te mogen vertegenwoordigen.
De wedstrijden markeren ook een terugkeer van Eritrea naar internationale kwalificatieduels. In het verleden verdwenen complete ploegendelen van het nationale team tijdens buitenlandse reizen (onder andere in 2012 en 2015), en uit angst voor nieuwe deserties trok de bond zich in 2023 terug uit WK-kwalificaties. Dit keer heeft de bond buitenlandse spelers met Eritrese roots opgeroepen om een “sterk team” te vormen; teammanager Paulos Weldehaimanot zegt dat dat het doel is, terwijl sommige media en online geruchten suggereren dat men vooral het risico op spelers die in het buitenland asiel aanvragen wil beperken.
Eritrea zelf leeft onder strenge repressie, met een langdurige in de praktijk eindeloze dienstplicht en veel mensen die het land ontvluchten vanwege politieke onderdrukking en armoede. Dit vormt de achtergrond van de voetbalzaken: zowel trots als voorzichtigheid spelen mee in het samenstellen van de selectie.
Abrehaley kende veel van de gevluchte spelers al van zomercompetities in Nederland en Duitsland. In de heenwedstrijd in Marokko speelde hij nog niet mee; Eritrea boekte daar een 2-0-zege. In de return in Eswatini hoopt hij zijn officiële debuut te maken — al zou een paar minuten invallen voor hem al “de kers op de taart” zijn.