Shorttracker Itzhak de Laat uit Leeuwarden heeft nog één kans op een olympische medaille. 'De kleur boeit me niet'

vrijdag, 20 februari 2026 (07:26) - Leeuwarder Courant

In dit artikel:

Itzhak de Laat is in Milaan voor één laatste missie: een olympische medaille op de relay als waardig slot van zijn shorttrackcarrière. De 31-jarige Fries, die na dit seizoen stopt, voelde maandag meer spanning dan ooit toen kwalificatie voor de olympische finale op het spel stond; die halve finale was volgens hem de zwaarste hindernis in zijn loopbaan en het overleven ervan bracht grote opluchting.

Zijn relatie met de olympische relay is er een van teleurstellingen. In Sotsji 2014 viel het Nederlandse team in de finale; vier jaar later strandde het al in de halve finale en in Peking 2022 werd De Laat op de streep nog ingehaald. Die momenten hebben hem jarenlang achtervolgd en motiveerden hem extra om nu wél met zijn ploeg af te sluiten met succes. „Hopelijk is het beste voor het laatst bewaard,” zei hij over zijn ambitie.

Vrijdagavond staat de finale gepland — De Laats laatste kans op olympisch eremetaal. Of hij daadwerkelijk rijdt, is nog niet zeker; het team beschikt over meerdere fitte rijders: Jens en Melle van ’t Wout, Teun Boer en Friso Emons, zodat De Laat ook reserve kan zijn. Toch maakt dat zijn blijdschap bij een eventuele medaille niet kleiner: hij ziet een plak als de kroon op zijn loopbaan en windt zich er niet om welke kleur het wordt. „Als er iemand een medaille verdient, ben ik het wel,” zei hij.

De prestaties van de Nederlandse shorttrackers op deze Spelen stemmen hoopvol: op alle drie de individuele mannenafstanden stonden Nederlanders op het podium—Jens van ’t Wout pakte twee keer goud en eenmaal brons, Melle van ’t Wout zilver—en bij de vrouwen scoorde Xandra Velzeboer al meerdere gouden medailles. Tegelijk waarschuwt De Laat dat de relay onvoorspelbaar blijft; een kleine tik of fout betekent meteen gevaar. „Foutjes zijn dodelijk,” benadrukt hij: elke rijderswisseling en elke ronde biedt opnieuw risico.

De Laat bereidt zich mentaal voor, visualiseerde de race vaak en heeft er alles voor over om met de ploeg in de finale te laten zien dat Nederland die olympische medaille verdient. Op papier is het team sterk genoeg; nu moet het op het ijs nog worden afgemaakt.