Sebastian Haffners postuum verschenen roman blijft hangen in venijn
In dit artikel:
Sebastian Haffner, pseudoniem van de Berlijnse jurist Raimund Pretzel (1907– ), werd bekend met onthullende analyses van het Duitse interbellum en het nazisme. Hij emigreerde met zijn Joodse vrouw naar Engeland, schreef voor The Observer en bouwde een reputatie als geschiedschrijver met titels als Het verhaal van een Duitser en Kanttekeningen bij Hitler. Recent ontdekte zijn zoon Oliver Pretzel in een bureaulade een tot nu toe ongepubliceerd manuscript: de vroege roman Afscheid, die Haffner in oktober–november 1932 schreef onder zijn echte naam.
Afscheid vertelt in korte, geconcentreerde episoden over Raimund Pretzels verblijf van twee weken in Parijs in 1932, waar hij de geliefde “Teddy” zoekt — een vluchtelinge uit Wenen die zich in Parijs had teruggetrokken om Frans te studeren. In plaats van een romantisch herenigd paar toont de roman een gespannen, vaak bitse relatie: Teddy heeft meerdere bewonderaars in de Parijse emigrantenkring, ruzies uit Berlijn zetten zich voort en Raimund richt scherpe, denigrerende aanvallen op de vrouw van wie hij bezeten is. De vertellingen bevatten weinig expliciet politiek commentaar; de emigranten lijken vooral een gejaagd, nachtelijk bestaan te leiden van drank en roken. Tussendoor zijn er zintuiglijke scènes — een wandeling door het Louvre, een koffie in de Eiffeltoren — die het boek menselijke tonen geven.
In het nawoord identificeert Volker Weidermann Teddy als de Joodse Gertrude Joseph uit Wenen en neigt naar een idyllische lezing van de affaire. De recensent van dit artikel wijst echter op de venijnige, soms onvolwassen toon van Raimunds woorden en concludeert dat Afscheid vlot leest maar literair onrijp overkomt — een belangrijk document voor Haffners biografie, maar geen meesterwerk. De uitgave (vertaling Elly Schippers) verschijnt bij Arbeiderspers.