Schrijver Klaas Elgersma vertelt over onderduikster Flora Engelander-Cohen
In dit artikel:
De Stienzer schrijver Elgersma werkte vier jaar aan het uitzoeken van het tragische oorlogsverhaal van de familie Engelander en verwerkte zijn bevindingen in een op feiten gebaseerde roman. Hij onderzocht archieven in Den Haag, sprak met historici en voormalige bewoners van boerderij Cuba in de Alde Feanen, waar onderduikers verbleven, en ontdekte gaandeweg de lotgevallen van Jozef en Flora Engelander en hun pasgeboren tweeling Sonja en Betty.
Toen de oorlog uitbrak woonden Jozef en Flora met de tweeling in Amsterdam. Flora vluchtte via Drenthe naar boerderij Cuba in Friesland; Jozef sloot zich bij het verzet aan in de omgeving. De tweeling werd gescheiden en belandde in de buurt van Heerlen. Flora miste haar dochters hevig en vroeg Jozef hen op te sporen, maar hij werd bij Zutphen gearresteerd en naar de SD-gevangenis in Amsterdam gebracht. Kort daarna werden de meisjes tijdens een razzia opgepakt; Elgersma toont een kopie van een gemeentelijk document dat één van de meisjes bij naam vermeldt met ‘3 jaar’ — bij de andere lijkt mogelijk sprake van verwisseling.
Het onderzoek onthulde dat vrijwel de hele familie van Flora tijdens de Tweede Wereldoorlog is vermoord; alleen haar broer overleefde. Na de oorlog vestigde Flora zich in Grou, hertrouwde en kreeg nog een dochter, Geertje. Elgersma ontmoette later Geertje en haar halfzus Joosje toevallig op een boekenmarkt in Warten; via hen ontstond het houde-vaste contact en de motivatie om het verhaal te schrijven. Hij schat dat zeven à acht onderduikers op boerderij Cuba zaten en gebruikte ook foto’s uit die tijd in zijn boek.
Elgersma liet de dochters van Flora meelezen; de roman vult met fictie de leemten in de feiten en geeft ruimte aan de emotionele kanten en twijfels. De schrijver houdt de definitieve titel nog even geheim; hij wil op 4 mei tijdens de herdenking in de Agnestsjerke in Earnewâld meer prijsgeven. Eerder schreef hij al Koartsluting op it Swynserhûs, over de boerderij van zijn grootvader in Britsum.