Sadegh uit Leeuwarden werd in 2020 bijna gedood bij aanslag op zijn leven, maar zou direct teruggaan naar Iran bij val regime

dinsdag, 10 maart 2026 (09:12) - Leeuwarder Courant

In dit artikel:

Sadegh Zarza uit Leeuwarden wordt deze week zeventig en droomt van één verjaardagscadeau: een vliegticket terug naar Iran. „Als het regime vandaag valt, zit ik morgen in het vliegtuig,” zegt hij terwijl hij met zijn nichtje Sakar (38) de recente ontwikkelingen in Iran op de voet volgt. Beiden kijken voortdurend Koerdische zenders; nieuws uit het thuisland houdt hen dag en nacht bezig.

Zarza is geboren in Oshnavieh, in het noordwesten van Iran bij de Iraakse grens. Al vóór de revolutie van 1979 vocht hij als commandant in het Koerdische leger en stond hij zowel onder druk van het sjah-regime als later van de ayatollahs. Meerdere verwondingen en verliezen maakten zijn strijd persoonlijk: hij bewaart de herinnering aan lijfwachten en kameraden die voor hem stierven. Een van hun laatste woorden, „Zorg dat ik niet voor niets sterf”, raakt hem nog steeds diep.

In de jaren daarna verliet Zarza via Turkije het land en kwam hij als politieke vluchteling op uitnodiging van de VN naar Nederland. Friesland voelt voor hem als een warm bad; hij wil dat Koerden in Iran dezelfde culturele ruimte krijgen: hun taal spreken en tradities vieren zonder vervolging, niet per se een eigen staat. Zijn nicht Sakar, die in Leeuwarden is geboren en Iran alleen kent van verhalen en filmpjes, deelt die hoop. Haar vader vluchtte ooit met twee zonen naar Nederland; één zoon overleed tijdens die vlucht.

Zarza leeft niet zonder gevaar in Nederland. In 2020 werd hij bij het station van Leeuwarden door een landgenoot 22 keer gestoken; hij overleefde ternauwernood, zit sindsdien in een rolstoel en is blind aan één oog. Het openbaar ministerie concludeerde dat die aanslag niet in opdracht van het Iraanse regime was, maar Zarza gelooft dat Teheran vaker delegaties heeft gestuurd om hem te ontvoeren of te laten uitschakelen — wat volgens hem de reikwijdte van de lange arm van Teheran aantoont. Sinds de aanslag durft hij nauwelijks nog naar buiten; een lijfwacht staat meestal dichtbij.

Familieverliezen blijven een zwaar thema: de Zarza-familie telt ongeveer drieduizend mensen, maar „honderden” zijn in de afgelopen decennia omgekomen of voorgoed kwijtgeraakt. Zarza keert sinds zijn vertrek niet meer terug; één ontmoeting met familie in Irak was pijnlijk omdat hij zijn eigen familieleden nauwelijks herkende. Toch hoopt hij op een toekomst waarin hij terug kan keren en eerst de graven van zijn beschermers bezoekt. Hij zegt dat hij „de hele weg zal huilen” als die dag komt — na bijna vijftig jaar vechten voor vrijheid zou die terugkeer de cirkel rond maken.